ECLI:NL:GHLEE:2006:AV6919
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Knijp
- Bax-Stegenga
- De Bock
- Mollema
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt civiele bevoegdheid tot uitbetaling melkgelden ondanks strafrechtelijk beslag
In deze zaak stond centraal of de civiele rechter bevoegd en ontvankelijk was om te oordelen over de vordering van [geïntimeerde 1] tot uitbetaling van melkgelden, ondanks het strafrechtelijk conservatoir beslag dat op de vorderingen van haar zoon [junior] was gelegd. De Staat stelde dat alleen de strafrechter bevoegd was en dat de civiele rechter zich niet mocht uitspreken over de opheffing van het beslag. Het hof oordeelde dat de vordering van [geïntimeerde 1] niet strekte tot opheffing van het beslag, maar tot betaling van gelden die niet onder het beslag vielen.
Het hof stelde vast dat het beslag uitsluitend rustte op de vorderingen van [junior] op FCDF en niet op de vorderingen van [geïntimeerde 1] of de maatschap. Hierdoor was de civiele rechter bevoegd en ontvankelijk om te oordelen over de vordering tot uitbetaling van de melkgelden aan [geïntimeerde 1]. De Staat's derdenverzet werd ongegrond verklaard omdat de rechten van de Staat niet werden benadeeld door de eerdere toewijzing aan [geïntimeerde 1].
Het hof vernietigde het vonnis van 22 oktober 2004 en wees het derdenverzet af, waarbij de Staat werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. Hiermee werd bevestigd dat de civiele rechter een zelfstandige rol heeft bij het beoordelen van vorderingen die niet rechtstreeks het beslag betreffen, ook al is er een strafrechtelijk beslag gelegd.
Uitkomst: Het derdenverzet van de Staat tegen het vonnis tot uitbetaling van melkgelden aan [geïntimeerde 1] wordt ongegrond verklaard en de Staat wordt veroordeeld in de proceskosten.