ECLI:NL:GHLEE:2006:AV7570
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over WOZ-waarde van onroerende zaak per 1 januari 1999
Belanghebbende betwist de door de directeur vastgestelde WOZ-waarde van een woning gelegen aan de a-weg 5 te Z per waardepeildatum 1 januari 1999. De directeur had de waarde vastgesteld op €202.839, welke belanghebbende onvoldoende onderbouwd achtte vanwege vermeende grondwateroverlast, achterstallig onderhoud, onzekerheid over bodemsanering en een zakelijk recht ten behoeve van de gemeente.
Na het doorlopen van het bezwaar- en beroepsproces, inclusief schriftelijke stukken en een mondelinge behandeling, heeft het hof de feiten en standpunten van partijen beoordeeld. Het hof oordeelde dat de koopprijs uit 2003 niet bruikbaar is voor waardebepaling vanwege de lopende huurovereenkomst en dat de directeur met een taxatierapport de waarde aannemelijk heeft gemaakt.
Het hof verwierp de stellingen van belanghebbende omtrent bodemverontreiniging en het zakelijk recht als waardedrukkende factoren, omdat deze niet voldoende waren onderbouwd en de hinder beperkt en incidenteel was. Ook het achterstallig onderhoud en de grondwateroverlast waren volgens het taxatierapport adequaat meegenomen.
Gelet op de onderbouwing en het ontbreken van tegenbewijs, concludeerde het hof dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog was en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €202.839 wordt ongegrond verklaard en de waarde wordt gehandhaafd.