ECLI:NL:GHLEE:2006:AV7743
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Kuiper
- Breemhaar
- Zondag
- Streppel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over geldigheid en gebruik proeftijdbeding bij opvolgend werkgever na faillissement
In deze zaak stond centraal of het proeftijdbeding in de arbeidsovereenkomst tussen [geïntimeerde] en [appellante], de opvolgend werkgever na faillissement van de vorige werkgever, rechtsgeldig was en of het ontslag tijdens de proeftijd rechtmatig was.
[Geïntimeerde] was als montagemedewerker in dienst van een failliete onderneming en trad vervolgens per 1 september 2003 in dienst bij [appellante], die een aantal activa en werknemers had overgenomen. De arbeidsovereenkomst bevatte een proeftijdbeding. Op 10 oktober 2003 werd het dienstverband beëindigd met een beroep op dit beding wegens onvoldoende werk.
[Geïntimeerde] stelde dat het proeftijdbeding niet geldig was en dat het ontslag onrechtmatig was. Het hof oordeelde dat het proeftijdbeding rechtsgeldig was omdat er geen wezenlijke wijziging in vaardigheden en verantwoordelijkheden was en er onvoldoende bewijs was van nauwe banden tussen de oude en nieuwe werkgever die het beding zouden uitsluiten. Ook was geen sprake van misbruik van de ontslagbevoegdheid tijdens de proeftijd.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en wees de vorderingen van [geïntimeerde] af. [Geïntimeerde] werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van de werknemer af wegens geldigheid van het proeftijdbeding en rechtmatig ontslag.