ECLI:NL:GHLEE:2006:AV8582
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling van naheffingsaanslag fosfaatheffing 1998
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag fosfaatheffing opgelegd over 1998 ter hoogte van ƒ 25.540,-. Na bezwaar en beroep stelde het hof vast dat het beroepschrift tijdig was ingediend en dat de bezwaartermijn eveneens was gerespecteerd. De inspecteur had de fosfaathoeveelheid vastgesteld op 8396 kg aangevoerd en 5332 kg afgevoerd, wat leidde tot de naheffingsaanslag.
Belanghebbende voerde aan dat zes vrachten mest zonder zijn toestemming waren gestort en dat deze niet in de fosfaatberekening meegenomen mochten worden. Het hof oordeelde echter dat de wetgeving uitgaat van de werkelijk aangevoerde fosfaathoeveelheid ongeacht toestemming, en dat civielrechtelijke stappen mogelijk zijn voor compensatie, maar niet via bezwaar of beroep tegen de naheffingsaanslag.
Het hof verklaarde het beroep gegrond vanwege een ambtshalve vermindering van de aanslag naar ƒ 21.142,- (€ 9.593,82). Verder wees het hof proceskosten toe aan belanghebbende en verwierp overige grieven over billijkheid en strafrechtelijke omzetting van de naheffingsaanslag. De uitspraak werd schriftelijk bevestigd en is later in cassatie deels vernietigd.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en de naheffingsaanslag fosfaatheffing gehandhaafd na ambtshalve vermindering.