ECLI:NL:GHLEE:2006:AV8587
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J.W. Drion
- G.M. van der Meer
- H. Bakker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fictieve erfrechtelijke verkrijging woning in successierecht
Belanghebbende kreeg een aanslag successierecht opgelegd waarbij een bedrag wegens fictieve erfrechtelijke verkrijging van een woning werd meegerekend. Deze aanslag werd gehandhaafd na bezwaar. Belanghebbende stelde dat de overdracht was gedaan om toekomstige vermogenstoetsen bij verpleeghuisopname te vermijden en dat in vergelijkbare gevallen geen aanslag was opgelegd.
Het hof stelde vast dat de woning op 28 december 1993 werd overgedragen onder voorbehoud van gebruik en bewoning en dat de waarde van het aandeel in de woning niet betwist werd. Volgens artikel 10 en Pro 18 van de Successiewet 1956 wordt een dergelijke verkrijging geacht krachtens erfrecht te zijn verkregen.
Belanghebbendes beroep op begunstigend beleid en het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat de inspecteur dit ontkende en belanghebbende geen concrete gevallen aanvoerde waaruit een rechtens te honoreren vertrouwen kon worden afgeleid.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 31 maart 2006 gedaan en op 5 april 2006 aan partijen verzonden.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag successierecht wegens fictieve erfrechtelijke verkrijging wordt ongegrond verklaard.