ECLI:NL:GHLEE:2006:AW1314
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- prof. mr. Aardema
- mr. Drion
- mr. Van Westen
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag loonbelasting wegens ontbreken schriftelijke spaarloonregeling
Belanghebbende, een vennootschap onder firma die een taxionderneming exploiteert, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd voor de jaren 1999 tot en met 2002. De inspecteur stelde dat de door belanghebbende aan een verzekeringsmaatschappij afgedragen bedragen tot het loon van werknemers behoorden en dat hierover loonbelasting had moeten worden afgedragen. Belanghebbende voerde aan dat deze bedragen onderdeel uitmaakten van een spaarloonregeling conform artikel 32 van Pro de Wet op de loonbelasting 1964, waarbij werknemers de bedragen niet in geld kunnen opnemen en de regeling administratief inzichtelijk is.
De inspecteur betwistte dit en stelde dat een schriftelijke regeling essentieel is voor toepassing van de spaarloonregeling, hetgeen ontbrak. Ook vond hij dat de CAO-bepaling niet als spaarloonreglement kon gelden. Het hof overwoog dat aan de naheffingsaanslag geen schriftelijke spaarloonregeling ten grondslag lag en dat de CAO-bepaling niet volstaat als zodanig. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard voor het deel dat de spaarloonregeling werd betwist.
Het hof besloot echter de naheffingsaanslag te verminderen met het bedrag van €706 dat belanghebbende reeds als eindheffing had afgedragen, waardoor de aanslag werd teruggebracht tot €6.011 zonder boete. Daarnaast werd belanghebbende in de proceskosten van €966 door de Staat der Nederlanden veroordeeld en het betaalde griffierecht van €273 werd vergoed. Het verzoek om vergoeding van kosten van de bezwaarprocedure werd niet-ontvankelijk verklaard, met de instructie aan de inspecteur alsnog uitspraak te doen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting wordt verminderd tot €6.011 zonder boete en belanghebbende krijgt vergoeding van proceskosten.