ECLI:NL:GHLEE:2006:AW1355
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- prof. mr. Aardema
- mr. Drion
- mr. Van Westen
- Rechtspraak.nl
Geschil over verrekening loonbelasting bij managementvergoeding en dienstbetrekking
Belanghebbende werd in de inkomstenbelasting voor 2001 aangeslagen zonder rekening te houden met een bedrag van €18.015,- aan ingehouden loonbelasting. Deze loonbelasting werd door belanghebbende opgevoerd als voorheffing op zijn belastbaar inkomen uit werk en woning, terwijl de inspecteur dit betwistte. Het geschil betrof de vraag of dit bedrag als ingehouden loonbelasting kon worden beschouwd.
Feiten wezen uit dat belanghebbende betrokken was bij een complexe managementstructuur tussen B BV, E BV en een stichting, waarbij managementvergoedingen werden gefactureerd en later gecrediteerd. Na financiële problemen en faillissement van B BV werd de managementstructuur beëindigd. Belanghebbende voerde aan dat de loonheffing wel degelijk was ingehouden en dat hij te goeder trouw was met betrekking tot de niet-afgedragen loonheffing.
Het hof stelde vast dat er geen dienstbetrekking tussen belanghebbende en B BV bestond tot 30 januari 2002 en dat er geen loonheffing was afgezonderd of ingehouden die later kon worden afgedragen. Tevens was het niet aannemelijk dat belanghebbende redelijkerwijs mocht aannemen dat de loonheffing zou worden afgedragen, mede gezien zijn rol in de financiële administratie en de slechte financiële situatie van B BV.
Het hof concludeerde dat het bedrag van €18.015,- niet als geheven loonbelasting kon worden aangemerkt en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het bedrag van €18.015,- aan loonbelasting wordt niet als voorheffing in aanmerking genomen.