ECLI:NL:GHLEE:2006:AW1864
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Verschuur
- Verstappen
- Telman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling abstracte bankgarantie en subrogatie in civiel geschil tussen Volharding en de Ontvanger
In deze civiele procedure staat centraal de kwalificatie van een bankgarantie die ABN AMRO ten gunste van ING heeft gesteld ter verzekering van een schuld van [betrokkene] B.V. aan ING. Volharding, die een contragarantie aan ABN AMRO had gegeven, stelt zich op het standpunt dat zij door subrogatie in de rechten van ING op [betrokkene] B.V. is getreden. De Ontvanger betwist dit en stelt dat het om een abstracte bankgarantie gaat, waardoor geen subrogatie kan plaatsvinden.
Het hof volgt de Ontvanger en oordeelt dat uit de bewoordingen van de bankgarantie blijkt dat het een abstracte, op eerste afroep betaalbare garantie betreft. Hierdoor is materieelrechtelijk geabstraheerd van de onderliggende overeenkomst en ontstaat een zelfstandige betalingsverplichting van de garant. Dit sluit uit dat de garant als derde in de zin van art. 6:150 BW Pro kan worden aangemerkt en dat subrogatie in de rechten van ING op [betrokkene] B.V. plaatsvindt.
Verder overweegt het hof dat het feit dat ABN AMRO de betaling aan ING heeft verricht vanaf een rekening van Volharding niet afdoet aan de zelfstandige verplichting van ABN AMRO. Ook een analogie met borgtocht wordt verworpen vanwege het accessoire karakter van borgtocht versus het abstracte karakter van bankgaranties.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Groningen en veroordeelt Volharding in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van Volharding wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank Groningen wordt bekrachtigd.