ECLI:NL:GHLEE:2006:AW1876
Gerechtshof Leeuwarden
- Proceskostenveroordeling
- Weenink
- Dijkstra
- Van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing proceskostenvergoeding wegens schending hoor en wederhoor
De betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het verkeerd parkeren van een voertuig, waarop hij administratief beroep instelde en tevens om vergoeding van proceskosten verzocht. De officier van justitie vernietigde de inleidende beschikking wegens schending van een beginsel van behoorlijk bestuur, maar nam geen beslissing over de kostenvergoeding. De kantonrechter wees het verzoek om proceskostenvergoeding af, stellende dat geen aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid was vastgesteld.
In hoger beroep stelde de betrokkene dat hem geen eerlijk proces was geboden omdat hij niet op de hoogte was gesteld van het schriftelijk commentaar van de officier van justitie en geen gelegenheid had gekregen hierop te reageren. Het hof oordeelde dat dit een ernstige schending van het beginsel van hoor en wederhoor vormde, waardoor het hoger beroep ontvankelijk moest worden verklaard.
Verder stelde het hof vast dat de vernietiging van de beschikking door de officier van justitie onrechtmatig was en dat het proces-verbaal waarop de kantonrechter zich baseerde niet in het dossier aanwezig was en niet kon worden achterhaald. Daarom was het redelijk om aan te nemen dat de onrechtmatigheid aan het bestuursorgaan te wijten was. Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten van €724,50, gebaseerd op forfaitaire punten toegekend aan de verrichte proceshandelingen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de afwijzing van de proceskostenvergoeding en veroordeelt de advocaat-generaal tot betaling van €724,50 aan de betrokkene.