ECLI:NL:GHLEE:2006:AW2165
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J.W. Drion
- G.M. van der Meer
- H. Bakker
- Rechtspraak.nl
Bepaling waarde economische verkeer en bestemmingswijzigingswinst bij verkoop landbouwgrond met bouwvergunning
Belanghebbende verkocht in 2001 landbouwgrond aan haar zoon, waarbij de boekwinst onder de landbouwvrijstelling werd gebracht. Later werd een bouwvergunning verleend voor woning en loods op het perceel, waardoor de waarde in het economische verkeer (WEV) hoger werd dan de agrarische waarde (WEVAB).
De kern van het geschil betrof de juiste hoogte van de WEV en daarmee de te belasten bestemmingswijzigingswinst. Partijen waren het erover eens dat de WEV hoger was dan de agrarische waarde, maar verschilden over de precieze waardering. De inspecteur liet de WEV bepalen door een ambtelijke taxateur op €166.400, terwijl belanghebbende lagere waarderingen aanvoerde.
Het hof oordeelde dat de grond moest worden gewaardeerd als bouwperceel bestemd als woonlocatie in het buitengebied, gezien de verleende bouwvergunning en het bedrijfsplan. De taxatie van de inspecteur werd aanvaard als redelijk. Tevens werd het bezwaar van belanghebbende ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard en daarom alsnog ontvankelijk verklaard.
De aanslag werd gehandhaafd op het ambtshalve vastgestelde belastbaar inkomen uit werk en woning van €175.600. Proceskosten van het beroep werden aan belanghebbende toegekend, maar niet de kosten van taxatie in bezwaar. Het hof vernietigde de bestreden uitspraak van de inspecteur en verklaarde het beroep gegrond.
Uitkomst: Het hof handhaaft de aanslag inkomstenbelasting op basis van een WEV van €166.400 en verklaart het bezwaar ontvankelijk.