ECLI:NL:GHLEE:2006:AW4161
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Zuidema
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake omvang arbeidsovereenkomst oproepkracht en loonvordering Europcar
In deze zaak stond centraal de omvang van de arbeidsovereenkomst tussen [appellant], een oproepkracht, en Europcar Autoverhuur B.V. [Appellant] vorderde loon over te weinig uitbetaalde uren in de periode 1998 tot en met 2002, waarbij hij zich baseerde op het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW omtrent de omvang van de arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter had de loonvordering afgewezen, onder meer omdat het rechtsvermoeden was weerlegd door de feitelijke situatie waarin het aantal gewerkte uren sterk was gedaald en [appellant] daartegen niet had geprotesteerd. In hoger beroep handhaafde het hof deze beoordeling en stelde vast dat [appellant] onvoldoende feitelijke onderbouwing had geleverd voor zijn loonberekening, waarbij hij bruto- en netto-bedragen door elkaar had gehaald.
Het hof oordeelde dat de arbeidsovereenkomst feitelijk was teruggebracht tot een vrijblijvende oproepovereenkomst met een omvang van nul uren per maand, mede omdat [appellant] pas laat protesteerde tegen de vermindering van uren en in de praktijk vaak niet op oproepen reageerde. De vorderingen tot loonbetaling en buitengerechtelijke kosten werden daarom afgewezen en het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst de loonvordering af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.