ECLI:NL:GHLEE:2006:AX6404

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
31 mei 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200555
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Mollema
  • Bax-Stegenga
  • Telman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 164 lid 2 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling facturen en rentevordering Raab Karcher tegen geïntimeerden

Raab Karcher Bouwstoffen B.V. vordert betaling van openstaande facturen van geïntimeerden. In hoger beroep hebben geïntimeerden zichzelf als partij-getuige gehoord, maar zonder aanvullend bewijs dat hun verklaringen geloofwaardig maakt. Het hof constateert dat niet is komen vast te staan dat geïntimeerden de facturen daadwerkelijk aan Raab Karcher hebben betaald.

Hoewel uit het bouwdepot een bedrag van Hfl 395.335,-- is voldaan, is onduidelijk op welke facturen deze betalingen betrekking hebben. De facturen van VinkBakker ontbreken grotendeels, waardoor bevrijdende betaling niet kan worden aangenomen. Raab Karcher heeft haar rentevordering beperkt tot de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens gebrek aan feitelijke onderbouwing. Het hof vernietigt het vonnis van beroep en veroordeelt geïntimeerden tot betaling van €23.403,27 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 20 maart 2001. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Geïntimeerden worden veroordeeld tot betaling van €23.403,27 plus wettelijke rente vanaf 20 maart 2001.

Uitspraak

Arrest d.d. 31 mei 2006
Rolnummer 0200555
HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:
Raab Karcher Bouwstoffen B.V.,
gevestigd te Breda,
appellante,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna te noemen: Raab,
procureur: mr P.R. van den Elst,
tegen
1. [geïntimeerde 1],
wonende te [woonplaats geïntimeerde 1],
2. [geïntimeerde 2],
wonende te [woonplaats geïntimeerde 2],
geïntimeerden,
in eerste aanleg: gedaagden,
hierna gezamenlijk te noemen: [geïntimeerden],
procureur: mr. G. Machiels.
De inhoud van het tussenarrest d.d. 13 juli 2005 wordt hier overgenomen.
Het verdere procesverloop
Ter voldoening aan de hen bij bedoeld tussenarrest gegeven bewijsopdracht hebben geïntimeerden zichzelf als getuige doen horen.
Raab heeft een akte genomen, waarbij een schriftelijke verklaring is overgelegd.
[geïntimeerden] hebben een antwoordakte genomen.
Vervolgens hebben partijen de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.
De verdere beoordeling
1. [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] zijn beiden aan te merken als partij-getuige in de zin van artikel 164 lid 2 Rv Pro, zodat hetgeen door hen is verklaard, geen bewijs in hun voordeel kan opleveren indien geen aanvullende bewijzen voorhanden zijn die zodanig sterk zijn en zodanig essentiële punten betreffen, dat zij die partij-verklaring (voldoende) geloofwaardig maken.
2. Nu zodanig aanvullend bewijs ontbreekt, moet worden geconcludeerd dat [geïntimeerden] er niet in zijn geslaagd het hen opgedragen bewijs te leveren. Weliswaar staat vast dat uit het bouwdepot een totaal bedrag van Hfl 395.335,-- is voldaan (zie het tussenarrest van 13 juli 2005 onder rechtsoverweging 2) doch in hoeverre deze betalingen aan VinkBakker zijn gedaan en op welke facturen die betalingen betrekking hebben, is niet gebleken. Behoudens één uitzondering ontbreken immers de facturen van VinkBakker en op de afschriften van het bouwdepot valt niet te zien op welke facturen de diverse betalingen betrekking hebben.
3. Nu niet is komen vast te staan dat [geïntimeerden] de in dit geding aan de orde zijnde facturen feitelijk aan VinkBakker hebben betaald, kan alleen al om die reden van bevrijdende betaling, als bedoeld onder rechtsoverweging 8 van het tussenarrest van 2 februari 2005, geen sprake zijn.
4. De grieven treffen in zoverre doel, zodat de hoofdvordering van Raab voor toewijzing gereed ligt.
5. Nu het hof begrijpt dat Raab haar rentevordering gebaseerd op de algemene voorwaarden in hoger beroep heeft laten varen en nog slechts de wettelijke rente vordert, zonder daarbij overigens een ingangsdatum te noemen, zal het hof de wettelijke rente toewijzen vanaf de dag der dagvaarding.
6. Met betrekking tot de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten stelt het hof vast dat hetgeen Raab terzake, na betwisting door [geïntimeerden] in hoger beroep heeft aangevoerd, elke feitelijke onderbouwing mist, zodat op dit punt aan bewijslevering niet wordt toegekomen, nog daargelaten dat het terzake gedane bewijsaanbod in te algemene bewoordingen is gedaan. Derhalve is niet gebleken dat de incassowerkzaamheden waarop Raab doelt meer hebben ingehouden dan de (herhaalde) toezending van eenvoudige aanmaningen, zodat voor een aparte vergoeding, naast de proceskostenveroordeling, geen plaats is.
De slotsom
7. Het vonnis waarvan beroep dient te worden vernietigd. De in hoger beroep gewijzigde vordering van Raab zal alsnog worden toegewezen, als na te melden.
[geïntimeerden] zullen, als de in het ongelijk te stellen partij, worden veroordeeld in de kosten van het geding in beide instanties (salaris procureur in beide instanties: 3 punten tarief III ).
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de vonnissen waarvan beroep
en opnieuw rechtdoende:
veroordeelt [geïntimeerden] tot betaling aan Raab van een bedrag groot euro 23.403,27 (Hfl 51.574,03), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 maart 2001;
veroordeelt [geïntimeerden] in de kosten van het geding in beide instanties en begroot die tot aan deze uitspraak aan de zijde van Raab in eerste aanleg op euro 688,50 aan verschotten en euro 1.497,-- aan salaris voor de procureur,
in hoger beroep op euro 941,74 aan verschotten en euro 3.477,-- aan salaris voor de procureur;
verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Aldus gewezen door mrs Mollema, voorzitter, Bax-Stegenga en Telman, raden, en uitgesproken door mr Mollema, vice-president, lid van een enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mevrouw Haites-Verbeek als griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 31 mei 2006.