ECLI:NL:GHLEE:2006:AX6442

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
8 maart 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
WAHV 05-01380
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete wegens overschrijding maximumsnelheid ondanks beroep op meetmethode en gelijkheidsbeginsel

Het Gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep van een betrokkene tegen een boete wegens overschrijding van de maximumsnelheid op een provinciale weg. De betrokkene voerde aan dat de snelheidmeting niet correct was uitgevoerd volgens de FIP meetlijst en dat de camera onjuist was opgesteld. Tevens werd een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel vanwege vermeende ongelijke behandeling van ambtenaren.

De rechtbank stelde vast dat de ambtsedige verklaring van de verbalisant, waarin de snelheid met een geijkte radarsnelheidsmeter was vastgesteld, in beginsel voldoende bewijs vormt. Het hof oordeelde dat de FIP meetlijst slechts een checklist is en geen algemene regels voorschrijft voor de meetwijze. Ook werd bevestigd dat de radar zowel afgaand als tegemoetkomend verkeer kan meten en dat de opstelling langs welke rijstrook niet bepalend is.

De door de betrokkene aangevoerde argumenten en de aangehaalde uitspraak van de kantonrechter te Roermond boden geen grond om aan de juistheid van de meting te twijfelen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat geen sprake was van een juridisch ongeldige afwijking van het beleid. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het beroep af.

Uitkomst: Het hof bevestigt de boete van €100,- voor snelheidsovertreding en wijst het beroep af.

Uitspraak

WAHV 05/01380
8 maart 2006
CJIB 59075300490
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank te Middelburg
van 14 september 2005
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
gevestigd te [vestigingsplaats]
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Middelburg ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van Euro 100,- opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom(gedragsregel);
> 20 km/h en t/m 25 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 17 augustus 2004 om 09.53 uur op de provinciale weg N666, Schoorkenszandweg te 's-Gravenpolder met het voertuig met het kenteken [kenteken]
3.2. De gemachtigde ontkent niet dat hij ten tijde en ter plaatse als voormeld heeft gereden als bestuurder van het betreffende voertuig. Hij ontkent echter de gedraging te hebben verricht. Daartoe voert hij aan dat volgens zijn eigen waarneming de kilometerteller op het bewuste tijdstip de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 80 km/h aangaf. Hij stelt zich op het standpunt dat het resultaat van de meting niet correct is, aangezien deze niet is uitgevoerd volgens de eisen van de FIP meetlijst. Daartoe voert hij aan dat een verkeerscamera wordt opgesteld om het afgaande verkeer te fotograferen, terwijl het betreffende voertuig blijkens de foto de camera tegemoet is gereden. Bovendien is de gemachtigde - naar het hof begrijpt - van mening dat ten onrechte de camera zich niet bevond langs de rijstrook waarover het gefotografeerde voertuig reed. De gemachtigde vindt steun voor deze opvatting in een uitspraak van de kantonrechter te Roermond. Deze uitspraak is bij het beroepschrift gevoegd.
Voorts doet de gemachtigde een beroep op het gelijkheidsbeginsel, nu hem uit een uitzending van Peter R. de Vries is gebleken is dat het vast beleid is om niet op te treden tegen verkeersovertredingen die worden begaan door ambtenaren van Justitie.
3.3. In WAHV-zaken biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB, in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling van de schuld van de betrokkene. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring in het zaakoverzicht dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.
3.4. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt onder meer het volgende in:
"De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. (het hof leest: met behulp van) een voor de meting geteste, geijkte en op de voorgeschreven wijze gebruikte radarsnelheidsmeter.
Gemeten (afgelezen) snelheid : 107 km per uur
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid : 103 km per uur
Toegestane snelheid : 80 km per uur
Overschrijding met : 23 km per uur
Merk/soort radar : Gatso radar 24".
3.5. Uit de zich in het dossier bevindende foto van de gedraging blijkt dat het gefotografeerde voertuig de camera tegemoet reed en dat de camera zich bevond langs de rijstrook voor het afgaande verkeer.
3.6. Het is het hof ambtshalve bekend dat met het genoemde type radarsnelheidsmeter de snelheid van zowel afgaand als tegemoetkomend verkeer kan worden gemeten. Voorts dient voor een correcte meting de radar parallel aan de wegas te worden opgesteld. Het is daarbij niet van belang langs welke rijstrook de radar wordt opgesteld. Voor zover de gemachtigde meent dat uit FIP meetlijst het tegendeel blijkt, is die opvatting onjuist. De FIP meetlijst is immers slechts een checklist waarop de verbalisant die de meting uitvoert gegevens dient in te vullen met betrekking tot het gebruikte meetmiddel, de plaats van de meting en de opstelling van het meetmiddel. De lijst bevat op zichzelf geen algemene regels voor de wijze waarop de meting dient te worden uitgevoerd. Voor zover de gemachtigde meent dat zijn opvatting steun vindt in de door hem in het geding gebrachte uitspraak van de kantonrechter te Roermond berust dat op een onjuiste lezing van die uitspraak. De kantonrechter heeft in die uitspraak slechts geoordeeld dat de officier van justitie onvoldoende heeft gereageerd op het betoog van de betrokkene zonder daarbij enige uitspraak te doen over de wijze waarop in die zaak de meting was verricht.
3.7. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd derhalve geen aanleiding te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Met name ziet het hof geen reden om te twijfelen aan de wijze waarop de meting is verricht. Immers, tegenover de ambtsedige verklaring van de verbalisant dat het meetmiddel op de voorgeschreven wijze is gebruikt voert de betrokkene slechts veronderstellingen aan ten opzichte van de opstelling van de apparatuur, die - wat daarvan zij - in ieder geval geen afwijking kunnen verklaren die de stelling van de gemachtigde dat hij niet sneller reed dan 80 km per uur enige schijn van waarheid kunnen verlenen.
3.8. Gelet op het vorenoverwogene is naar de overtuiging van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
3.9. Met betrekking tot het beroep op het gelijkheidsbeginsel overweegt het hof dat de omstandigheid dat in andere gevallen zogenoemde Muldergedragingen om welke reden dan ook zonder sanctie blijven, niet meebrengt dat ook de betrokkene, met wiens voertuig de gedraging is verricht, daarvan gevrijwaard zou moeten blijven. Immers, van schending van het gelijkheidsbeginsel ten aanzien van de betrokkene zou slechts dan sprake zijn indien zonder (juridisch) geldige reden ten nadele van de betrokkene zou zijn afgeweken van het met betrekking tot gedragingen als de onderhavige geldende beleid (vgl. Hof Leeuwarden 8 oktober 2003, WAHV 03/598, VR 2004,19). Daarvan is niet gebleken.
3.10. Gelet op het vorenoverwogene zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
3.11. Nu de betrokkene in het ongelijk wordt gesteld, acht het hof geen termen aanwezig om de advocaat-generaal te veroordelen in de proceskosten.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van De Ruijter als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.