ECLI:NL:GHLEE:2006:AX6530

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
5 april 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
WAHV 06-00025
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
  • Poelman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13a WAHVArt. 13b WAHVArt. 1 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep bestuursrechtelijke sanctie

De betrokkene stelde beroep in tegen een administratieve sanctie opgelegd door de officier van justitie. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond. De gemachtigde van de betrokkene stelde hoger beroep in. Tijdens de procedure trok de advocaat-generaal de sanctie in en vroeg het hof aan de gemachtigde of het hoger beroep werd ingetrokken en of er aanspraak werd gemaakt op proceskostenvergoeding.

De gemachtigde trok het hoger beroep in en verzocht om vergoeding van diverse kosten, waaronder telefoonkosten, parkeerkosten, reiskosten, raadplegen van rechtskundig adviseur en verletkosten, ter hoogte van €150. Het hof beoordeelde het verzoek aan de hand van het Besluit proceskosten bestuursrecht en artikel 13a WAHV.

Het hof oordeelde dat telefoonkosten en parkeerkosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Reiskosten worden in principe niet vergoed indien de zitting plaatsvindt in de woonplaats van de gemachtigde, tenzij bijzondere omstandigheden zijn gesteld, wat hier niet het geval was. De niet nader onderbouwde kosten voor rechtskundig advies en verlet werden eveneens afgewezen. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd daarom geheel afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden en onvoldoende onderbouwing.

Uitspraak

WAHV 06/00025
5 april 2006
CJIB 29080779711
Gerechtshof te Leeuwarden
Beslissing
op het verzoek om een kostenveroordeling
ex artikel 13b WAHV
van
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
gevestigd te [plaatsnaam]
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde]
1. Het procesverloop
Op 29 november 2005 heeft de kantonrechter te 's-Gravenhage het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement
's-Gravenhage ongegrond verklaard. De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 2 februari 2006 heeft de advocaat-generaal het hof bericht, dat is besloten om de inleidende beschikking van 31 maart 2005, waarbij aan de betrokkene een administratieve sanctie is opgelegd, in te trekken en dat de gemachtigde van de betrokkene hiervan in kennis is gesteld.
Bij brief van 2 februari 2006 heeft het hof de gemachtigde van de betrokkene verzocht aan het hof mede te delen of het hoger beroep wordt ingetrokken alsmede of hij aanspraak wenst te maken op vergoeding van proceskosten.
Bij brief van 8 februari 2006 heeft de gemachtigde van de betrokkene aan het hof medegedeeld, dat het hoger beroep wordt ingetrokken. Hierbij is verzocht om een kostenvergoeding.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld op het verzoek om een kostenvergoeding te reageren. Hiervan is gebruik gemaakt.
De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
2. Beoordeling
2.1. De gemachtigde van de betrokkene heeft verzocht om vergoeding van de volgende niet nader gespecificeerde kosten:
a. telefoonkosten;
b. parkeerkosten;
c. raadplegen van rechtskundig adviseur;
d. reiskosten;
e. verletkosten.
In totaal verzoekt de gemachtigde van de betrokkene hem een bedrag van Euro 150,- toe te kennen.
2.2. Ingevolge art. 1 van Pro het van toepassing zijnde Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna te noemen: Besluit) kan een veroordeling in de kosten uitsluitend betrekking hebben op:
a. kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand,
b. kosten van een getuige, deskundige of tolk die door een partij of een belanghebbende is meegebracht of opgeroepen, dan wel van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht,
c. reis- en verblijfkosten van een partij of een belanghebbende,
d. verletkosten van een partij of een belanghebbende,
e. kosten van uittreksels uit de openbare registers, telegrammen, internationale telexen, internationale telefaxen en internationale telefoongesprekken, en
f. kosten van het als gemachtigde optreden van een arts in zaken waarin enig wettelijk voorschrift verplicht tot tussenkomst van een gemachtigde die arts is.
2.3. Gelet op het bepaalde in art. 1 van Pro het Besluit komen de in 2.1. onder a en b genoemde kosten niet voor vergoeding in aanmerking.
2.4. De wet voorziet in artikel 13a, eerste lid, WAHV slechts in het veroordelen van een partij in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep heeft moeten maken. Daaronder vallen in het algemeen niet de kosten die de gemachtigde heeft gemaakt. Het hof is echter van oordeel, dat indien een betrokkene verschijnt bij een niet-professioneel gemachtigde deze wat betreft de vergoeding van de reis- en verletkosten treedt in de plaats van de partij (vgl. CRvB 27 december 2002, AB-kort 2003/132).
2.5. Ten aanzien van de reiskosten overweegt het hof het volgende. De zitting van de kantonrechter heeft in 's-Gravenhage plaatsgevonden, terwijl de gemachtigde van de betrokkene in die plaats woonachtig is. Het hof is van oordeel dat in dat geval reiskosten in het algemeen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Aangezien in het onderhavige geval niet is gebleken van bijzondere redenen om van dat uitgangspunt af te wijken, zal het hof het verzoek in zoverre afwijzen.
2.6. Nu de gemachtigde van de betrokkene de in 2.1. onder c en e genoemde kosten niet heeft onderbouwd, zal het hof ook dit deel van het verzoek afwijzen.
3. De beslissing
Het gerechtshof:
wijst het verzoek om kostenvergoeding af.
Deze beslissing is gegeven door mr. Poelman, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.