ECLI:NL:GHLEE:2006:AX6564

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
5 april 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
WAHV 05-01463
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
  • Weenink
  • Van Wagtendonk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WAHVArt. 11 WAHVArt. 7:18 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen beslissing kantonrechter inzake administratieve sanctie WAHV

De betrokkene werd geconfronteerd met een administratieve sanctie van €45 opgelegd door de officier van justitie. Tegen de beslissing van de kantonrechter, die het beroep van de betrokkene ongegrond verklaarde, stelde de gemachtigde hoger beroep in bij het gerechtshof Leeuwarden. De gemachtigde verzocht tevens om vergoeding van kosten.

De kern van het geschil betrof de vraag of het hoger beroep ontvankelijk was, aangezien artikel 14 WAHV Pro een appelverbod stelt voor sancties onder de €70. De gemachtigde voerde aan dat fundamentele verdedigingsrechten waren geschonden doordat het proces-verbaal en foto's niet aan hem waren verstrekt, ondanks herhaalde verzoeken.

Het hof overwoog dat de stukken wel ter inzage waren gelegd en de gemachtigde hiervoor was uitgenodigd, maar niet was verschenen. Hierdoor was geen sprake van een schending van fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging die een doorbreking van het appelverbod rechtvaardigt. Het beroep werd daarom verworpen en het verzoek tot kostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het appelverbod bij sancties onder €70.

Uitspraak

WAHV 05/01463
5 april 2006
CJIB 69074496596
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam
van 15 september 2005
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
gevestigd te [plaatsnaam]
voor wie als gemachtigde optreedt mr. drs. M.J.G. Schroeder, wonende te Rotterdam.
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 WAHV Pro kan tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan Euro 70,-, of indien de betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet of niet tijdig stellen van zekerheid als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt Euro 45,-. Op grond van het bovenstaande dient de betrokkene niet-ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep.
3.2. De gemachtigde van de betrokkene stelt dat hij niettegenstaande het bepaalde in artikel 14 WAHV Pro in het hoger beroep dient te worden ontvangen omdat de kantonrechter fundamentele verdedigingsrechten van de betrokkene heeft geschonden. De gemachtigde heeft uitdrukkelijk, zowel in de procedure van het administratieve beroep als in de procedure bij de kantonrechter, verzocht om toezending van het proces-verbaal en foto's van de gedraging. Aangezien niet op die verzoeken is gereageerd heeft de kantonrechter ten onrechte geoordeeld dat de betrokkene gedurende de gehele rechtsgang de procedures diende te voeren zonder over enig stuk van het dossier te kunnen beschikken. Het feit dat de stukken ter inzage hebben gelegen vormt onvoldoende compensatie voor het recht dat de betrokkene of zijn gemachtigde ingevolge de artikelen 7:18, vierde lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) en 11, vierde lid, WAHV, toekomt om van de processtukken afschriften of uittreksels te vragen.
3.3. In aanmerking nemende, dat de gemachtigde op zijn verzoek door de officier van justitie is uitgenodigd om te worden gehoord, waarbij is medegedeeld, wanneer en waar de stukken ter inzage werden gelegd, de gemachtigde niet is verschenen en dat hij is uitgenodigd voor de zitting van de kantonrechter, waarbij eveneens is medegedeeld wanneer en waar de stukken ter inzage werden gelegd, terwijl ook nu de gemachtigde niet ter zitting is verschenen, kan niet gezegd worden dat de kantonrechter door - ondanks de omstandigheid dat de gemachtigde op zijn verzoek niet in enig stadium van de procedure de gevraagde stukken zijn toegezonden - een inhoudelijke beslissing te geven zo fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging heeft geschonden dat geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling. Voor een doorbreking van het appelverbod van art. 14, eerste lid, WAHV is derhalve geen plaats.
3.4. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, is er geen aanleiding voor een vergoeding van kosten.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verwerpt het beroep;
wijst het verzoek van de betrokkene om de advocaat-generaal te veroordelen in de proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, Weenink en Van Wagtendonk, in tegenwoordigheid van mr. Zomer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.