ECLI:NL:GHLEE:2006:AX9105
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Zandbergen
- Breemhaar
- Janse
- Mollema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing koopovereenkomst wegens ontbreken precontractuele fase en financieringsvoorbehoud
In deze zaak stond centraal of tussen partijen een koopovereenkomst tot stand was gekomen onder een ontbindende voorwaarde betreffende financiering. Appellant stelde dat in een telefoongesprek van 27 februari 2006 een overeenkomst was gesloten met een financieringsvoorbehoud dat niet was vervuld. Geïntimeerde betwistte het bestaan van deze overeenkomst.
Het hof oordeelde dat op basis van de stukken en het verweer van geïntimeerde niet kon worden aangenomen dat de overeenkomst bestond, noch dat de ontbindende voorwaarde niet was vervuld. De bewijslast lag bij appellant, die slechts onderhandse verklaringen overlegde die onvoldoende waren om zijn standpunt te staven. Nadere bewijslevering was nodig, maar het kort geding leent zich hier niet voor.
De feiten betroffen onder meer onderhandelingen over de koop van een onderneming, een taxatie, en een financieringsaanvraag bij de Rabobank die negatief werd beantwoord. Geïntimeerde liet weten de overname niet door te zetten na afwijzing van de financiering. De voorzieningenrechter wees de vordering van appellant af en veroordeelde hem in de kosten.
Het hof verwierp de grieven van appellant en bekrachtigde het vonnis. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Hiermee kwam een einde aan de procedure waarin appellant probeerde nakoming van de koopovereenkomst en betaling van een boete te vorderen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van appellant af wegens ontbreken van een geldige koopovereenkomst.