ECLI:NL:GHLEE:2006:AX9293
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Streppel
- Verschuur
- Janse
- Mollema
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake aansprakelijkheid dierenartsen bij IBR-vaccinatie runderen
In deze zaak staat de aansprakelijkheid van dierenartsen van Dierenartsenpraktijk Lemsterland centraal, die in 1998 runderen van appellanten intramusculair hebben gevaccineerd met het levende IBR-vaccin van een Duitse producent. Appellanten verwijten de dierenartsen dat zij zonder overleg handelden, de dieren niet klinisch onderzochten behalve visuele inspectie, en niet voor elke rund een aparte naald gebruikten, waardoor zij schade zouden hebben geleden.
De rechtbank had appellanten grotendeels niet-ontvankelijk verklaard en hun vorderingen afgewezen. In hoger beroep handhaaft het hof dit oordeel. Het hof stelt dat het handelen van de dierenartsen voldoet aan het lege artis criterium, mede gebaseerd op de oordelen van het Veterinair Tuchtcollege en het Veterinair Beroepscollege, alsmede deskundigenrapporten. De bijsluiter van het vaccin en de werkinstructies zijn uitgelegd in het licht van een massavaccinatie, waarbij visuele inspectie voldoende is en het gebruik van één naald per epidemiologische eenheid geen onaanvaardbaar risico oplevert.
Het hof verwerpt de stelling van appellanten dat bloedonderzoek verplicht was en dat subklinisch zieke dieren anders behandeld hadden moeten worden. Ook het ontbreken van overleg over het gebruik van levende entstof wordt niet als relevant beschouwd. De vorderingen worden afgewezen en appellanten worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van appellanten af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.