ECLI:NL:GHLEE:2006:AY3619
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Huiskes
- G.M. van der Meer
- H. Bakker
- Rechtspraak.nl
Effectenportefeuille behoort tot privévermogen en verliezen zijn niet aftrekbaar
Belanghebbende exploiteerde een eenmanszaak in onroerende zaken en had in 1999 haar onroerende zaken verkocht, waarbij een vervangingsreserve werd gevormd. Met de opbrengst werd een effectenportefeuille gekocht, deels gefinancierd met effectenkredieten. Belanghebbende rekende deze portefeuille tot haar ondernemingsvermogen en bracht het verlies en de transactiekosten in mindering op het resultaat.
De inspecteur stelde dat de effectenportefeuille tot het privévermogen behoort en dat het verlies en de kosten niet aftrekbaar zijn. De rechtbank gaf belanghebbende gelijk, maar het hof vernietigde deze uitspraak. Het hof oordeelde dat de effectenportefeuille niet binnen de normale uitoefening van de onderneming was verworven en dat de beleggingen zeer speculatief waren.
Het hof baseerde zich op het arrest van de Hoge Raad uit 1999, dat stelt dat tijdelijk overtollige middelen als ondernemingsvermogen kunnen worden aangemerkt als zij zodanig zijn belegd dat zij tijdig weer beschikbaar zijn. Dit was hier niet het geval. Het verlies en de kosten konden daarom niet als ondernemingsverlies worden geaccepteerd.
De effectenportefeuille en de effectenkredieten werden als privévermogen aangemerkt. Het hoger beroep van de inspecteur werd gegrond verklaard en het beroep van belanghebbende bij de rechtbank werd ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond en kwalificeert de effectenportefeuille als privévermogen, waardoor het verlies en de kosten niet aftrekbaar zijn.