ECLI:NL:GHLEE:2006:AY4796
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Melssen
- Bloem
- Van Eck
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging homologatie akkoord surseance Cambuur Leeuwarden ondanks bezwaren crediteuren
Cambuur Leeuwarden vroeg surseance van betaling aan en bood haar crediteuren een akkoord aan waarbij concurrente crediteuren 20% van hun vordering ontvangen tegen finale kwijting. De rechtbank homoloog dit akkoord en stelde het salaris van de bewindvoerder vast. Appellanten, crediteuren, gingen in hoger beroep en voerden aan dat het akkoord onvoldoende inzicht gaf in de financiële positie van Cambuur en dat de waardering van belangrijke activa, zoals het erfpachtrecht op het stadiongebied, onjuist was.
Het hof onderzocht de financiële stukken, waaronder jaarrekeningen, halfjaarcijfers, rapportages van bedrijfsadviseurs en overeenkomsten met schuldeisers en de gemeente. Het hof oordeelde dat de baten van de boedel niet hoger zijn dan de som die in het akkoord is bedongen en dat de door derden toegezegde gelden buiten de boedel moeten worden gelaten. De waarde van het erfpachtrecht werd vastgesteld op circa 6 miljoen euro, zonder rekening te houden met toekomstige projectontwikkelingen die afhankelijk zijn van homologatie.
Verder concludeerde het hof dat het ontbreken van een schriftelijk rapport van de rechter-commissaris bij de homologatiezitting niet leidt tot nietigheid van de beslissing. De rechtbank en het hof hebben zelfstandig en met inachtneming van de bezwaren van appellanten beslist. Het hof vond geen gronden om het akkoord te weigeren en bekrachtigde de beschikking van de rechtbank. Een proceskostenveroordeling werd afgewezen vanwege de aard van de procedure.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de homologatie van het akkoord in de surseance van betaling van Cambuur Leeuwarden en wijst het hoger beroep van appellanten af.