ECLI:NL:GHLEE:2006:AY5847
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanhorigheid aangekochte percelen bij eigen woning voor inkomstenbelasting
Belanghebbende en haar zuster kochten in 2000 twee percelen grond nabij hun eigen woning in een landelijk gebied. De inspecteur weigerde de hypotheekrente over deze percelen volledig in aftrek toe te laten, omdat hij oordeelde dat deze percelen niet als aanhorigheid van de eigen woning konden worden aangemerkt.
Na een uitgebreid proces met bezwaarschriften, beroepschrift, schriftelijke stukken en een onderzoek ter plaatse, oordeelde het hof dat slechts een strook van 220 m2 en een paardenbak als aanhorigheid konden worden beschouwd. De overige delen van de aangekochte percelen werden als zelfstandige stukken grond aangemerkt, mede vanwege de ligging, grootte en het feit dat zij door derden werden gebruikt.
Het hof stelde vast dat de hypotheekrente voor het deel van de grond dat als aanhorigheid werd erkend, in aftrek mocht worden gebracht. Het bedrag werd berekend op basis van de verhouding van de waarde van de aanhorigheden tot de totale aankoopprijs, inclusief een evenredig deel van de aankoopkosten. Het beroep van belanghebbende werd daardoor ten dele gegrond verklaard en de aanslag werd verminderd.
Uitkomst: Het beroep wordt ten dele gegrond verklaard en de aanslag verminderd door aftrek van hypotheekrente over het deel van de grond dat als aanhorigheid wordt erkend.