ECLI:NL:GHLEE:2006:AY7611
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M. van der Meer
- J. Huiskes
- H. Bakker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling woning- of niet-woningstatus voor onroerende zaakbelasting verzorgingstehuis
In deze zaak staat centraal of een verzorgingstehuis met een- en tweepersoonsappartementen moet worden aangemerkt als woning of niet-woning voor de onroerende zaakbelastingen over 2004. Belanghebbende stelt dat de onroerende zaak in hoofdzaak tot woning dient, terwijl de heffingsambtenaar dit betwist en de zaak als niet-woning aanmerkt.
De onroerende zaak bestaat uit vier bouwlagen met afsluitbare appartementen voorzien van keukenblok en badkamer, alsmede recreatie- en verzorgingsruimtes. De bewoners ontvangen zorg, maar behouden regie over hun leven. De belanghebbende berekent het aandeel woonoppervlakte inclusief een waardefactor voor appartementen en aangrenzende gangen, wat leidt tot een aandeel van circa 70,9% voor woondoeleinden.
Het hof volgt de belanghebbende deels door de appartementen als woondoeleinden aan te merken en een waardefactor toe te passen, maar wijst de toerekening van de gangen en overige verzorgingsruimtes af omdat deze dienstbaar zijn aan de bedrijfsmatige verzorging. Hierdoor bedraagt het aandeel woonfunctie minder dan 70% van de totale waarde, zodat de onroerende zaak als niet-woning moet worden aangemerkt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag onroerende zaakbelastingen blijft gehandhaafd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag onroerende zaakbelastingen blijft gehandhaafd op basis van het niet-woningtarief.