2. De feiten.
Blijkens de gedingstukken en op grond van het verhandelde ter zitting staat als onbetwist, dan wel onvoldoende betwist, tussen partijen het volgende vast.
2.1. De belanghebbende exploiteert het gebouw 'D' te L, een handelscentrum voor jachten, zeilboten en andere artikelen op het gebied van de watersport.
2.2. Belanghebbende maakte tot 20 november 2002 deel uit van de zogenaamde E-groep. Deze groep heeft D gebouwd en in het jaar 2000 verkocht aan F B.V., onderdeel van de zogenaamde G-groep. De exploitatie van het gebouw bleef bij belanghebbende.
2.3. Op voornoemde datum zijn de aandelen van belanghebbende in verband met een naderend faillissement van onderdelen van de E-groep voor ƒ 1,-- gekocht door H B.V., onderdeel van eerdergenoemde G-groep. Aldus kwam zowel de eigendom als de exploitatie van D binnen de G-groep te liggen.
2.4. Op verzoek van de (nieuwe aandeelhouder van) belanghebbende heeft er in maart 2003 een bespreking plaatsgevonden tussen belanghebbende en de inspecteur. Het verzoek werd gedaan omdat er in de administratie van belanghebbende onregelmatigheden waren aangetroffen; aan enkele door belanghebbende uitgeschreven facturen ten name van I B.V., onderdeel van de E-groep, zouden geen prestaties ten grondslag liggen.
2.5. Nadat vervolgens in juni 2003 over het jaar 2002 een suppletieaangifte was ingediend naar een negatief bedrag van € 49.857,--, heeft de inspecteur een (beperkt) onderzoek ingesteld. Uit dit onderzoek blijkt dat de belanghebbende in verband met het onder 2.4 vermelde, de op de hierna genoemde facturen vermelde omzetbelasting niet op aangifte heeft voldaan en ook niet in de suppletieaangifte heeft begrepen. Het betreft de volgende facturen.
a) Factuurnummer 02 0427 van 23 september 2002, met een bedrag aan omzetbelasting van € 124.830,--. De factuur vermeldt als omschrijving 'Rentevergoeding conform Turn-key overeenkomst'.
b) Factuurnummer 02 0428 van 23 september 2002, met een bedrag aan omzetbelasting van € 68.210,--. De factuur vermeldt als omschrijving 'Huur tot 1e oplevering'.
c) Factuurnummer 02 0504 van 15 november 2002, met een bedrag aan omzetbelasting van € 66.500,--. De factuur vermeldt als omschrijving 'Huurderving in verband met het niet tijdig gereed zijn van de haven. Periode april 2002 t/m 31 december 2002'.
Door verrekening in rekening courant heeft de belanghebbende voormelde facturen en de daarop vermelde omzetbelasting betaald gekregen.
2.6. De inspecteur heeft zich op het standpunt gesteld dat de op de facturen vermelde omzetbelasting dient te worden voldaan. Bij onderhavige naheffingsaanslag heeft hij voormelde bedragen, met verrekening van de suppletieaangifte, nageheven.
2.7. Omdat de curator in de faillissementen van onderdelen van de E-groep vraagtekens had bij sommige transacties en handelingen, is er tussen de curator enerzijds en de belanghebbende, F B.V. en H B.V. anderzijds begin 2004 een vaststellingsovereenkomst gesloten. Op grond van deze overeenkomst dient de belanghebbende onder andere de onder 2.5 vermelde facturen te crediteren.
2.8. I B.V. heeft de omzetbelasting, vermeld op de onder 2.5 genoemde facturen, in aftrek gebracht. De teruggaaf is door de ontvanger verrekend met openstaande schulden.