ECLI:NL:GHLEE:2006:AY7976
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Deuring
- Aalders
- Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken opzet tot doodslag of zwaar lichamelijk letsel bij kaal scheren met kalmeringsmiddelen
Op 24 oktober 2005 hebben verdachte en haar medeverdachte het plan besproken om het slachtoffer slaap- en kalmeringsmiddelen toe te dienen en haar vervolgens kaal te scheren. Verdachte haalde hiervoor medicijnen op bij een apotheek en leende een tondeuse. Het slachtoffer dronk een glas cola met daarin 22 pillen Oxazepam en/of Temazepam, werd vastgebonden en kreeg een prop van papier en panty in haar mond. Daarna werd zij kaalgeschoren.
Het slachtoffer werd later die dag gevonden en opgenomen in het ziekenhuis, waar geen sporen van vergiftiging of agressieve stoffen werden aangetroffen. Het hof kon niet vaststellen hoeveel van de kalmeringsmiddelen het slachtoffer daadwerkelijk heeft ingenomen, noch de duur van het vastbinden of de mate van belemmering van de ademhaling door de prop in de mond.
Het hof oordeelde dat er een ongerijmdheid bestaat tussen het voornemen iemand kaal te scheren en het voornemen die persoon om het leven te brengen. Er was onvoldoende bewijs dat verdachte willens en wetens op het overlijden of zwaar lichamelijk letsel had gericht, noch dat zij bewust de aanmerkelijke kans op overlijden had aanvaard. Uit verklaringen bleek dat verdachte onder invloed van middelen was en in een boze, geagiteerde toestand verkeerde toen zij uitingen deed die op opzet zouden kunnen duiden.
Daarom vernietigde het hof het vonnis voor zover het hoger beroep betrof en sprak verdachte vrij van het primair en subsidiair ten laste gelegde. De vrijspraak werd gebaseerd op het ontbreken van bewezen opzet of voorwaardelijk opzet en onvoldoende vaststelling van de aanmerkelijkheid van de kans op het ten laste gelegde gevolg.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van bewezen opzet of voorwaardelijk opzet tot doodslag of zwaar lichamelijk letsel.