ECLI:NL:GHLEE:2006:AY8040
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Huiskes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag en rentevrijstelling bij geldlening eigen woning
Belanghebbende kreeg een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 1998 opgelegd, waarbij de depotrente van een depotbedrag en de rentevrijstelling ter discussie stonden. Hij stelde dat de depotrente niet daadwerkelijk was genoten omdat het depot nooit tot uitbetaling kon komen en dat de rente en kosten van de geldlening deels als lening eigen woning moesten worden aangemerkt vanwege voorgenomen verbouwingen.
Het hof stelde vast dat belanghebbende en zijn echtgenote een hypothecaire geldlening hadden afgesloten en het bedrag plus spaargeld in een depot hadden ondergebracht, waarover rente werd ontvangen. De depotrente was daadwerkelijk bijgeschreven op hun rekening, waardoor deze als genoten inkomsten uit vermogen moesten worden beschouwd. De stelling dat het depot niet bestond werd verworpen.
Verder oordeelde het hof dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de geldlening was aangegaan ter financiering van een ingrijpende verbouwing van de eigen woning. Het rentevoordeel van de depotrente ten opzichte van de hypotheekrente en het feit dat het depotbedrag later werd gebruikt voor directe aflossing van de lening, wezen erop dat het voornemen tot verbouwing ontbrak.
Daarom werd de rentevrijstelling terecht vastgesteld en het beroep ongegrond verklaard. Het hof wees proceskostenveroordeling af en bevestigde de navorderingsaanslag zoals vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.