ECLI:NL:GHLEE:2006:AY9492
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M. van der Meer
- H.H.A. Fransen
- H. Bakker
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over juistheid inkomstenbelastingaanslag coffeeshophouder
De belanghebbende exploiteerde een coffeeshop en kreeg een ambtshalve aanslag opgelegd voor het jaar 1999, gebaseerd op een belastbaar inkomen van ƒ 500.000,-. Na boekenonderzoeken bleek zijn administratie ernstig tekort te schieten, met omzet die buiten de boeken werd gehouden. De inspecteur baseerde de aanslag op een theoretische omzetberekening, ondersteund door verklaringen van de belanghebbende en ex-personeelsleden.
De belanghebbende voerde aan dat de verklaringen onder druk waren afgelegd en ingetrokken, en dat de brutowinstmarge te hoog was vastgesteld. Ook stelde hij dat rekening gehouden moest worden met een eerdere naheffingsaanslag loonbelasting en met een ontnemingsmaatregel uit een strafzaak. De inspecteur handhaafde de aanslag en bood een correctie aan voor lonen.
Het hof oordeelde dat de administratieplicht niet was nagekomen en dat de belanghebbende onvoldoende had bewezen dat de aanslag onjuist was. De verklaringen van de belanghebbende werden als betrouwbaar beschouwd, mede door bevestiging van ex-werknemers. Het door de inspecteur gehanteerde brutowinstpercentage van 50% werd als aannemelijk beoordeeld. De ontnemingsmaatregel kon nog niet worden meegenomen in de winstberekening. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 1999 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.