ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ0424
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Zuidema
- Kuiper
- Rechtspraak.nl
Verjaring van vorderingen bij kennelijk onredelijk ontslag en onregelmatige opzegging
Appellant was sinds 1994 in dienst bij Trio en werd op 17 maart 2004 op staande voet ontslagen wegens een dringende reden. Hij protesteerde direct schriftelijk tegen het ontslag en stelde zich beschikbaar voor werk en doorbetaling van loon. Trio handhaafde het ontslag. Appellant en zijn advocaat stuurden diverse brieven, waaronder een brief van 16 september 2004 waarin het ontslag werd vernietigd wegens het ontbreken van toestemming volgens artikel 6 BBA Pro 1945 en werd gesommeerd tot betaling van loon en vakantiegeld.
Appellant vorderde in eerste aanleg herstel van de arbeidsovereenkomst en schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag en onregelmatige opzegging. Trio voerde verjaring aan. De kantonrechter verklaarde appellant niet-ontvankelijk wegens verjaring. In hoger beroep stelde appellant dat de brief van 16 september 2004 de verjaring had gestuit. Het hof oordeelde dat deze brief niet ondubbelzinnig het recht op nakoming van de vordering tot schadevergoeding voorbehoudt zoals vereist in artikel 3:317 lid 1 BW Pro.
Het hof overwoog dat de brief zich richtte op vernietiging van het ontslag wegens het ontbreken van toestemming en betaling van loon, maar niet op een vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag. Ook eerdere brieven van appellant en FNV konden de verjaring niet stuiten. De verjaringstermijn van zes maanden was verlopen voordat de dagvaarding werd uitgebracht. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van appellant wegens kennelijk onredelijk ontslag en onregelmatige opzegging zijn verjaard en worden afgewezen.