ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ2400

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
15 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
600017
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Mollema
  • Breemhaar
  • Hidma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake onvoldoende onderbouwde vordering voor vergoeding verbeteringen gehuurde

Appellant vorderde in reconventie vergoeding van circa €11.000 voor verbeteringen aan een gehuurde onroerende zaak, stellende dat hierover een mondelinge overeenkomst met geïntimeerde bestond. Geïntimeerde betwistte deze stellingen. Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs en onderbouwing had geleverd voor de aangebrachte verbeteringen en de vermeende overeenkomst.

Het hof zag daarom geen aanleiding om de juistheid van de stellingen nader te onderzoeken en ging voorbij aan het bewijsaanbod van appellant. Appellant richtte zich in hoger beroep uitsluitend tegen het vonnis in reconventie, maar kon niet ontvankelijk worden verklaard voor het deel in conventie.

De grieven van appellant konden niet leiden tot vernietiging van het bestreden vonnis. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van het hof Leeuwarden op 15 november 2006.

Uitkomst: Het hof verklaart appellant niet-ontvankelijk in hoger beroep en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.

Uitspraak

Arrest d.d. 15 november 2006
Rolnummer 0600017
HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiser in reconventie,
hierna te noemen: [appellant],
procureur: mr S.A. Roodhof,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiser in conventie en verweerder in reconventie,
hierna te noemen: [geïntimeerde],
procureur: mr R.W. de Casseres.
Het geding in eerste instantie
In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in het vonnis uitgesproken op 14 september 2005 door de rechtbank Assen, sector kanton, locatie Emmen (verder aan te duiden als de kantonrechter).
Het geding in hoger beroep
Bij exploot van 13 december 2005 is door [appellant] hoger beroep ingesteld van genoemd vonnis met dagvaarding van [geïntimeerde] tegen de zitting van 11 januari 2006.
De conclusie van de memorie van grieven luidt:
"voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te vernietigen het vonnis van de Rechtbank Assen, sector kanton, locatie Emmen, d.d. 14 september 2005, uitgesproken tussen appellant als gedaagde en geïntimeerde als eiser, en opnieuw rechtdoende appellant alsnog in diens vordering ontvankelijk te verklaren, en geïntimeerde alsnog te veroordelen tot betaling van een bedrag groot euro 11.000, zijnde de vergoeding voor de verbeteringen aan de gehuurde onroerende zaak, gelegen te [plaats] aan de [adres], één en ander met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties."
Bij memorie van antwoord is door [geïntimeerde] verweer gevoerd met als conclusie:
"appellant niet ontvankelijk te verklaren in zijn vordering althans deze hem te ontzeggen met veroordeling van appellant in de kosten van dit geding!"
Voorts heeft [appellant] bij akte een productie overgelegd, waarna [geïntimeerde] een antwoordakte heeft genomen.
Tenslotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.
De grieven
[appellant] heeft drie grieven opgeworpen.
De beoordeling
1. Tegen het vonnis waarvan beroep is geen grief gericht voorzover het in conventie is gewezen, zodat [appellant] in zoverre niet in zijn beroep kan worden ontvangen.
2. Evenmin is een grief gericht tegen de weergave van de vaststaande feiten onder overweging 3 (3.1 tot en met 3.6) van het beroepen vonnis, zodat ook in dit hoger beroep van die feiten zal worden uitgegaan.
Met betrekking tot de grieven:
3. De grieven strekken ertoe het geding in reconventie in volle omvang ter beoordeling aan het hof voor te leggen. Het hof zal de grieven gezamenlijk behandelen.
1. [appellant] legt aan zijn vordering in reconventie de stellingen ten grondslag dat hij in het gehuurde voor een bedrag van ongeveer euro 11.000,-- aan verbeteringen heeft aangebracht en ter zake mondeling met [geïntimeerde] is overeengekomen dat [geïntimeerde] hem het met de verbeteringen gemoeide bedrag zou vergoeden c.q. dat bedrag met hem zou verrekenen. [geïntimeerde] heeft beide stellingen van [appellant] betwist.
5. Het hof is van oordeel dat [appellant] zijn stelling dat hij in het gehuurde voor een bedrag van ongeveer euro 11.000,-- aan verbeteringen heeft aangebracht, onvoldoende heeft onderbouwd, nu iedere toelichting dienaangaande ontbreekt. [appellant] heeft ter zake evenmin voldoende gespecificeerd bewijs aangeboden.
1. Het vorenstaande brengt mede dat het hof niet de juistheid van de stelling van [appellant] dat hij ter zake van eerder bedoelde verbeteringen met [geïntimeerde] is overeengekomen dat [geïntimeerde] hem het met die verbeteringen gemoeide bedrag (ongeveer euro 11.000,--) zou vergoeden, c.q. met hem zou verrekenen, behoeft te onderzoeken en derhalve aan het ter zake gedane bewijsaanbod voorbij kan gaan.
7. De grieven kunnen derhalve, wat daar verder ook van zij, niet leiden tot vernietiging van de bestreden beslissing.
Slotsom
8. Het vonnis waarvan beroep, voorzover in reconventie gewezen, zal worden bekrachtigd. [appellant] zal, als de in het ongelijk te stellen partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep. (Salaris procureur: 1,5 punt tarief II).
Beslissing
Het gerechtshof:
verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep voorzover gericht tegen het op 14 september 2005 tussen partijen in conventie gewezen vonnis;
bekrachtigt vonnis waarvan beroep, voorzover in reconventie gewezen;
veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op euro 244,-- aan verschotten en op euro 1.341,-- aan salaris voor de procureur.
Aldus gewezen door mrs Mollema, voorzitter, Breemhaar en Hidma, raden, en uitgesproken door mr Mollema, vice-president, lid van een enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mevrouw Haites-Verbeek als griffier ter openbare terechtzitting van dit hof van woensdag 15 november 2006.