ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ2400
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Breemhaar
- Hidma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake onvoldoende onderbouwde vordering voor vergoeding verbeteringen gehuurde
Appellant vorderde in reconventie vergoeding van circa €11.000 voor verbeteringen aan een gehuurde onroerende zaak, stellende dat hierover een mondelinge overeenkomst met geïntimeerde bestond. Geïntimeerde betwistte deze stellingen. Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende bewijs en onderbouwing had geleverd voor de aangebrachte verbeteringen en de vermeende overeenkomst.
Het hof zag daarom geen aanleiding om de juistheid van de stellingen nader te onderzoeken en ging voorbij aan het bewijsaanbod van appellant. Appellant richtte zich in hoger beroep uitsluitend tegen het vonnis in reconventie, maar kon niet ontvankelijk worden verklaard voor het deel in conventie.
De grieven van appellant konden niet leiden tot vernietiging van het bestreden vonnis. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van het hof Leeuwarden op 15 november 2006.
Uitkomst: Het hof verklaart appellant niet-ontvankelijk in hoger beroep en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.