ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ2402
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Verschuur
- Janse
- Van der Hoek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake merkelijke schuld en brandverzekering na brand in pand
In deze zaak staat centraal de vraag of appellant merkelijke schuld heeft aan het ontstaan van een brand in een verzekerde pand, waardoor de verzekeraar Achmea de uitkering kan weigeren op grond van artikel 294 van Pro het oude Wetboek van Koophandel. De rechtbank had geoordeeld dat appellant tekort was geschoten in het treffen van adequate maatregelen, met name het niet vervangen van het slot van de voordeur en het niet vergrendelen van dakramen, en daardoor merkelijke schuld had.
Het hof stelt vast dat alle toegangen tot het pand waren afgesloten behalve twee dakramen die niet vergrendeld waren. Echter, het hof oordeelt dat het pand niet via deze dakramen is betreden en dat er geen causaal verband is tussen het niet vergrendelen van deze ramen en de brand. Ook is onvoldoende gesteld of gebleken dat appellant rekening had moeten houden met het feit dat gecertificeerde sleutels mogelijk waren nagemaakt.
De verzekeraar heeft onvoldoende bewijs geleverd dat de brand door merkelijke schuld van appellant is veroorzaakt. Het beroep op het indemniteitsbeginsel wordt eveneens verworpen omdat onvoldoende is aangetoond dat het pand na de brand meer waard was dan het schadebedrag. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt Achmea tot betaling van de verzekerde som, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 12 maart 2002.
Uitkomst: Het hof veroordeelt Achmea tot betaling van €34.033,52 plus wettelijke rente wegens onvoldoende bewijs van merkelijke schuld.