ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ3156
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.M. van der Meer
- J. Huiskes
- H. Bakker
- Rechtspraak.nl
Toepassing opting-in regeling loonbelasting en beroepskostenaftrek
Belanghebbende, lid van gedeputeerde staten van de provincie Fryslân, had een gezamenlijke verklaring met de provincie ondertekend waarbij de opting-in regeling van de Wet op de loonbelasting 1964 werd toegepast. Hierdoor werden haar inkomsten als dienstbetrekking behandeld met inhouding van loonheffing. Na ontvangst van de aanslag IB/PV voor 2002 ontdekte zij dat deze regeling aan de aftrek van beroepskosten in de weg stond en stelde zij dat zij niet bewust had gekozen voor deze regeling.
Zij voerde aan dat de melding niet door haar maar door de provincie was gedaan, dat er geen beoogde inhoudingsplichtige was, en dat de verklaring niet aan de eisen voldeed. Subsidiair stelde zij dat de overeenkomst vernietigbaar was wegens dwaling en dat toepassing van de regeling in haar geval in strijd was met het evenredigheidsbeginsel.
Het hof oordeelde dat de belanghebbende door ondertekening van de gezamenlijke verklaring had voldaan aan de voorwaarden van de opting-in regeling. De inspecteur mocht de verklaring als een geldige melding beschouwen. Eventuele wilsgebreken konden de inspecteur niet worden tegengeworpen. Het beroep op vernietiging wegens dwaling faalde omdat de inspecteur geen partij was bij de overeenkomst. Ook het beroep op schending van het evenredigheidsbeginsel werd verworpen omdat de inspecteur geen discretionaire bevoegdheid had.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees de aftrek van de beroepskosten af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de toepassing van de opting-in regeling en de afwijzing van beroepskostenaftrek wordt ongegrond verklaard.