ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ5411

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
16 augustus 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
WAHV 06/00162
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
  • Poelman
  • Van Wagtendonk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.1.1 VRArt. 5.2.48 VRRichtlijn 74/483/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging administratieve sanctie wegens rijden met voertuig met scherpe delen

Aan betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden met een voertuig waarop een aluminium spoiler met scherpe, niet afgeronde verticale uiteinden was gemonteerd. De betrokkene voerde aan dat de spoiler bij de APK-keuring was goedgekeurd en dat het begrip 'scherpe delen' onduidelijk is, waarbij hij verwees naar Europese richtlijnen en de wijze van keuren bij APK.

Het hof oordeelt dat de richtlijn en de bijlage bij de APK-regeling geen noodzaak bieden voor objectieve maatstaven voor het begrip 'scherpe delen' zoals bedoeld in het Voertuigreglement. De verbalisant verklaarde dat de spoiler niet origineel was en scherpe, hoekige uiteinden had die afweken van fabrieksgoedkeuring.

Op basis van de ambtsedige verklaringen en de door betrokkene overgelegde foto's is vastgesteld dat de overtreding heeft plaatsgevonden. De goedkeuring door de APK-keurmeester doet hieraan niet af. Het hof bevestigt daarom de beslissing van de kantonrechter en handhaaft de sanctie.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de administratieve sanctie van €95,- wordt bevestigd.

Uitspraak

WAHV 06/00162
16 augustus 2006
CJIB 19073677545
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Breda
van 15 december 2005
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie bij de Centrale Verwerkingseenheid Mulder Middelburg/Breda ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 95,- opgelegd ter zake van "als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het voertuig scherpe delen heeft", welke gedraging zou zijn verricht op 8 juli 2004 om 07.45 uur op de rijksweg A16 te Moerdijk.
3.2. De betreffende gedraging is een overtreding van artikel 5.1.1. in samenhang met artikel 5.2.48. van het Voertuigreglement (hierna: het VR).
Artikel 5.1.1. VR houdt - voor zover hier van belang - het volgende in:
"Het is de bestuurder van een voertuig verboden daarmee te rijden (...), indien het voertuig:(...) niet voldoet aan de in de afdelingen 2 tot en met 17 van dit hoofdstuk ten aanzien van de bouw of inrichting van voertuigen van de categorie waartoe het voertuig behoort, gestelde eisen."
Artikel 5.2.48. houdt - voor zover hier van belang - het volgende in:
"1. Personenauto's mogen geen scherpe delen hebben die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren. (...)
3. Het bepaalde in het eerste lid en het tweede lid is niet van toepassing op voertuigdelen die zich hoger dan 2,00 m boven het wegdek bevinden.".
3.3. De betrokkene ontkent dat de gedraging is verricht. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de door hem op zijn voertuig bevestigde spoiler met de betreffende scherpe delen bij de APK-keuring geen problemen heeft opgeleverd. Kennelijk verschillen de verbalisant en de APK-keurmeester van mening over het begrip "scherpe delen". De betrokkene is voorts van mening dat dit begrip te veel onduidelijkheid oproept en dat er naar objectieve maatstaven moet worden vastgesteld of sprake is van "scherpe delen". Hij leidt dit af uit de bijlage I behorende bij artikel 3 Regeling Pro wijze van keuren APK, waarin wordt bepaald dat de vraag of voldaan is aan de eisen van artikel 5.2.48, leden 1, 2 en 3, VR moet worden beantwoord aan de hand van visuele controle, waarbij in geval van twijfel wordt gemeten. De betrokkene meent dat objectieve maatstaven slechts zijn te vinden in de Richtlijn 74/483/EEG van de Raad van 17 september 1974 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende de naar buiten uitstekende delen van motorvoertuigen (hierna: de richtlijn).
Voorts heeft de betrokkene aangevoerd dat, nu de spoiler op de achterkant van de auto gemonteerd zit en niet naar de zijkanten uitsteekt, er weinig tot geen gevaar voor andere weggebruikers door ontstaat. Ter verduidelijking heeft de betrokkene een tweetal kleurenfoto's van het betreffende voertuig in het geding gebracht.
3.4. Het hof ziet, anders dan de betrokkene kennelijk wil, in de richtlijn en in de bijlage I behorende bij artikel 3 Regeling Pro wijze van keuren APK geen noodzaak onderzoek te doen naar de beschikbaarheid van objectieve maatstaven ter invulling van het begrip "scherpe delen" in de zin van artikel 5.2.48., eerste lid, VR.
Voor wat betreft de door de betrokkene aangehaalde bijlage I en de daarin voorgeschreven wijze van controleren of voldaan is aan de eisen van artikel 5.2.48, leden 1, 2 en 3, VR, overweegt het hof dat de zinsnede "waarbij in geval van twijfel wordt gemeten" slechts kan zien op het bepaalde in het derde lid van artikel 5.2.48 VR.
3.5. De ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt onder meer het volgende in: "Op dak/ achterklep van voertuig was een aluminium spoiler gemonteerd, niet origineel Peugeot maar een "fast and furious" type. Spoiler was aan de uiteinden scherp door verticaal gemonteerde onderdelen en deed door zijn vorm afbreuk aan de normale rondingen van het voertuig."
3.6. In het aanvullend proces-verbaal d.d. 4 oktober 2004 heeft de verbalisant onder meer het volgende verklaard:
"De spoiler die gemonteerd was op het voertuig van betrokkene is een NIET originele spoiler. Van fabriekswege gemonteerde spoilers zijn met het voertuig samen typegoedgekeurd en dus toegestaan. De gemonteerde spoiler was aan de uiteinden voorzien van verticale delen, die op de kopse kant niet afgerond waren maar hoekig. De dikte van deze delen bedroeg ongeveer 5 mm. Er zijn geen richtlijnen gebruikt om een en ander te bepalen, doch uitgegaan van hetgeen de wetgever hierover zegt: (...). Een van fabriekswege gemonteerde spoiler is mooi afgerond terwijl de gemonteerde spoiler dat niet was.".
3.7. Het hof is van oordeel dat op grond van de ambtsedige verklaringen van de verbalisant en de door de betrokkene in het geding gebrachte foto's genoegzaam is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Dat de APK-keurmeester volgens de betrokkene de betreffende spoiler wel heeft goedgekeurd kan - wat daarvan zij - daaraan niet afdoen.
3.8. Gelet op het vorenoverwogene zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Poelman en Van Wagtendonk, in tegenwoordigheid van De Ruijter als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting. Mr. Poelman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.