ECLI:NL:GHLEE:2007:AZ7200
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.J. Beswerda
- O. Anjewierden
- H.H.A. Fransen
- Rechtspraak.nl
Nietigheid inleidende dagvaarding wegens onduidelijke tenlastelegging identificatie runderen
Verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 26 juli 2005 te Hichtum een viertal runderen hield die niet overeenkomstig de Regeling identificatie en registratie van dieren waren geregistreerd. Het betrof runderen die hun merken hadden verloren en waarvoor verdachte niet tijdig vervangende merken had besteld of aangebracht.
Uit het dossier bleek dat verdachte op die datum acht runderen hield die beide merken hadden verloren. Vier daarvan hadden nog geen nieuwe merken besteld en waren niet identificeerbaar, terwijl voor de andere vier nieuwe merken waren besteld maar nog niet aangebracht. De tenlastelegging vermeldde echter niet op welk viertal runderen zij betrekking had, waardoor verdachte niet kon lezen tegen welk feit hij zich moest verdedigen.
Het hof oordeelde dat de inleidende dagvaarding niet voldeed aan de eisen van artikel 261 eerste Pro lid Wetboek van Strafvordering, dat een duidelijke opgave van het ten laste gelegde feit vereist. Daarom verklaarde het hof de dagvaarding nietig, vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht.
Uitkomst: De inleidende dagvaarding is nietig verklaard wegens onvoldoende specificatie van het ten laste gelegde feit.