ECLI:NL:GHLEE:2007:AZ8641
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Zandbergen
- Hidma
- Streppel
- Rechtspraak.nl
Geschil over mondelinge overeenkomst en betaling bij aanleg recreatieplas
Partijen sloten mondeling een overeenkomst waarbij Hogron een recreatieplas voor DTH zou graven, met levering van het uitgegraven zand als tegenprestatie. De overeenkomst werd niet schriftelijk vastgelegd, mede door tijdsdruk. Hogron begon met werkzaamheden, maar na onenigheid over voorwaarden zoals bankgarantie en opslag van zand, verbrak DTH de contacten en eiste verwijdering van materieel.
Hogron stelde dat er een bindende overeenkomst was en vorderde betaling voor verrichte werkzaamheden en gederfde winst. DTH betwistte de totstandkoming van de overeenkomst vanwege fundamentele meningsverschillen over essentiële punten. Het hof oordeelde dat deze meningsverschillen de overeenstemming onmogelijk maakten en dat Hogron onvoldoende bewijs leverde van een geldige overeenkomst.
Het hof verklaarde DTH niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen enkele vonnissen, vernietigde andere vonnissen en veroordeelde DTH tot betaling van een bedrag van €16.195,70 aan Hogron, vermeerderd met wettelijke rente. De kosten van het geding werden grotendeels aan Hogron opgelegd. Het hof wees het meer of anders gevorderde af en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: DTH wordt veroordeeld tot betaling van €16.195,70 aan Hogron met wettelijke rente, en DTH wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen enkele vonnissen.