ECLI:NL:GHLEE:2007:BA0207
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Zuidema
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Geen voortzetting van arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd na afloop overeengekomen periode
In deze zaak stond centraal of een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, aangegaan van 1 april 2002 tot 1 april 2003, zonder tegenspraak was voortgezet na afloop van deze periode. De appellant stelde dat de overeenkomst stilzwijgend was verlengd, waardoor hij recht had op loon en vakantietoeslag over de periode tot 1 april 2004.
De kantonrechter had de vordering afgewezen, stellende dat geen sprake was van voortzetting zonder tegenspraak en dat verlenging afhankelijk was gesteld van het starten van een therapie. Het hof bevestigde dit oordeel en nam de feiten over die appellant zelf in eerste aanleg had gesteld, waaronder dat Repak bekend was met de therapie.
Het hof oordeelde dat het enkele feit dat appellant na 1 april 2003 werkzaamheden verrichtte, niet betekent dat de overeenkomst zonder tegenspraak was voortgezet. Er was geen overeenstemming over verlenging, en de vordering ontbrak daardoor aan rechtsgrond. Het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd en appellant werd veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: De vordering tot loonbetaling wegens vermeende voortzetting van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.