ECLI:NL:GHLEE:2007:BA0211

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
15 januari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
WAHV 06-01267
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WAHVArt. 6:24 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 3:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beslissing kantonrechter en officier van justitie wegens onredelijke vertraging en onjuiste adressering

De betrokkene had beroep ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie, maar de kantonrechter verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Het hof stelde vast dat de beslissing van de kantonrechter niet naar het juiste adres van de betrokkene was gezonden, waardoor de beroepstermijn niet was aangevangen. De betrokkene had tijdig een beroepschrift ingediend op het juiste adres.

Daarnaast bleek dat de betrokken instanties onjuiste adressering hadden toegepast, waardoor de betrokkene niet tijdig op de hoogte was gesteld en niet in de gelegenheid was gesteld om zekerheid te stellen. Dit leidde tot onredelijke vertraging in de berechting.

Het hof oordeelde dat de zaak niet binnen een redelijke termijn zou worden behandeld en vernietigde daarom de beslissingen van de kantonrechter en officier van justitie, waarbij de administratieve sanctie werd opgeheven.

De zaak werd niet terugverwezen, maar definitief afgedaan vanwege de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Uitkomst: De beslissing van de kantonrechter en officier van justitie wordt vernietigd vanwege onjuiste adressering en onredelijke vertraging, en de administratieve sanctie wordt opgeheven.

Uitspraak

WAHV 06/01267
15 januari 2007
CJIB 59078181298
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam
van 24 oktober 2005
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14, eerste lid, WAHV in verbinding met de artikelen 6:24, 6:7 en 6:8 Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient het hoger beroep te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de bestreden beslissing aan de betrokkene is toegezonden. Het bepaalde in artikel 3:41, eerste lid, Awb brengt mee, dat eerst van bekendmaking van de beslissing op de voorgeschreven wijze sprake is, indien de mededeling naar het juiste adres -waarbij het door de betrokkene opgegeven adres leidend is- is verzonden.
3.2. Blijkens de gedingstukken is de bestreden beslissing op 26 oktober 2005 aan de betrokkene toegezonden naar het adres: [adres]. De beroepstermijn eindigde derhalve op 7 december 2005. Het beroepschrift is gedateerd 8 augustus 2006 en is ingekomen ter griffie van de rechtbank op 10 augustus 2006. Het beroepschrift is derhalve niet tijdig ingediend.
3.3. Het adres, dat de betrokkene in haar beroepschrift tegen de beslissing van de officier van justitie gebruikt, is: [nieuw adres]. Nu de beslissing van de kantonrechter niet naar het door de betrokkene opgegeven adres is gezonden, is de termijn, als bedoeld in art. 6:8 Awb Pro niet aangevangen en moet het beroepschrift van de betrokkene d.d.
8 augustus 2006 als tijdig ingediend worden beschouwd.
3.4. Uit de op de voet van artikel 15, tweede lid, WAHV aan de griffier van het hof toegezonden gedingstukken blijkt dat de betrokkene reeds in haar beroepschrift aan de officier van justitie d.d. 6 januari 2005 heeft aangegeven na 2 februari 2005 post te willen ontvangen op het adres: [nieuw adres]. De brieven van de officier van justitie betreffende de zekerheidstelling d.d. 1 april 2005 en 1 mei 2005 zijn verzonden aan het adres: [adres]. De brieven betreffende de zekerheidstelling zijn dus niet verzonden aan het juiste adres van de betrokkene. Daarom moet ervan worden uitgegaan, dat de betrokkene niet behoorlijk in de gelegenheid is gesteld zekerheid te stellen. Derhalve kan de bestreden beslissing niet in stand blijven.
3.5. Op grond van het voorgaande dient het hof in beginsel de zaak terug te wijzen naar de kantonrechter en dient de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam een nieuwe termijn te bepalen waarbinnen de betrokkene alsnog zekerheid als bedoeld in artikel 11 WAHV Pro kan stellen.
3.6. In aanmerking genomen dat de betrokkene na het sturen van het beroepschrift van 24 februari 2005 tegen de beslissing van de officier van justitie niets meer heeft vernomen, totdat zij in mei 2006 bericht ontving van het CJIB, welke vertraging niet te verwijten is aan de betrokkene maar aan onjuiste adressering door de betrokken instanties, en gelet op de tijd die nog gemoeid zou zijn met de behandeling van de zaak na terugwijzing, is het hof van oordeel dat de berechting niet meer zal plaatsvinden binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 Europees Pro verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Daarom zal het hof niet handelen zoals hiervoor onder 3.5 weergegeven, doch de zaak thans afdoen als na te melden.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 15 februari 2005, alsmede de beschikking waarbij onder CJIBnummer 59078181298 de administratieve sanctie is opgelegd.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.