ECLI:NL:GHLEE:2007:BA0600
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Huiskes
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing aftrek kosten levensonderhoud zoon in inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende maakte in zijn aangifte inkomstenbelasting 2001 aanspraak op een aftrek van € 2.452 voor kosten levensonderhoud van zijn zoon die een hbo-opleiding volgde. De inspecteur wees deze aftrek af omdat niet aannemelijk was dat belanghebbende daadwerkelijk ten minste € 359 per kwartaal aan kosten had bijgedragen, mede gelet op het inkomen en vermogen van de zoon.
Belanghebbende voerde aan dat hij op basis van NIBUD-normen en bewijsstukken wel degelijk de aftrek kon rechtvaardigen, en beriep zich subsidiair op het vertrouwensbeginsel vanwege een toezegging van de inspecteur in een brief van 3 september 2004 over het eerste kwartaal.
Het hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de kosten geheel had gedragen, maar dat de toezegging van de inspecteur over het eerste kwartaal niet onherroepelijk was herroepen. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en de aanslag verminderd. De hogere forfaitaire aftrek werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
Het hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en wees de Staat aan als de partij die deze kosten moet dragen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2001 wordt verminderd.