ECLI:NL:GHLEE:2007:BA3528
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Breemhaar
- Hidma
- Streppel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling legitieme portie en verzorgingsverplichting bij nalatenschap gehuwde erflater
In deze civiele zaak staat de toewijsbaarheid van vorderingen op grond van de legitieme portie centraal, waarbij tevens de invloed van een natuurlijke verbintenis tot verzorging van de langstlevende echtgenoot wordt besproken.
De zaak betreft een hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Assen. Appellante, handelend voor zichzelf en als wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige zoon, stelt grieven op tegen de vaststelling van de legitieme portie van de geïntimeerden, erfgenamen van een gehuwde erflater. Het hof constateert dat appellante niet de vereiste machtiging van de kantonrechter heeft verkregen voor het instellen van hoger beroep namens haar zoon, waardoor zij in dat deel niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Het hof bevestigt de rechtsregel uit het De Visser-Harms arrest van de Hoge Raad dat de vervulling van een verzorgingsverplichting door een gehuwde erflater jegens de langstlevende echtgenoot als een natuurlijke verbintenis geldt en niet als schenking. Dit beïnvloedt de omvang van de legitieme portie, maar niet het tijdstip waarop de legitimaris zijn aanspraken kan doen gelden.
De grieven van appellante worden verworpen en het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank. Tevens worden de kostenveroordelingen in hoger beroep vastgesteld, waarbij appellante in het principaal appel in de kosten wordt veroordeeld en de geïntimeerden in het incidenteel appel.
Uitkomst: Appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard voor het hoger beroep namens haar minderjarige zoon en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.