ECLI:NL:GHLEE:2007:BA3991
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Streppel
- Keur
- Verschuur
- Mollema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid vervoerder bij aflevering goederen aan verkeerde ontvanger
In deze zaak stond centraal of appellanten als vervoerder hadden voldaan aan hun verplichting tot aflevering van goederen aan de geadresseerde OOO 'Stroyinvest-K' in het kader van een vervoerovereenkomst. Appellanten stelden dat OOO 'Stroyinvest-K' als verlengstuk van Dyker Company moest worden gezien en dat de goederen uiteindelijk voor Dyker bestemd waren. Dit betoog werd onvoldoende onderbouwd en het hof stelde vast dat niet was komen vast te staan dat Dyker als ontvanger kon worden aangemerkt.
Daarnaast voerden appellanten een beroep op overmacht op grond van artikel 17 lid 2 CMR Pro-verdrag, dat door de rechtbank was verworpen en door het hof werd bekrachtigd. Ook het verweer dat er geen sprake was van opzet of grove schuld in de zin van artikel 29 CMR Pro-verdrag faalde, waarbij het hof het oordeel van grove schuld van appellanten onderschreef.
In het incidenteel appel werd geklaagd over de afwijzing van de gevorderde buitengerechtelijke kosten, maar het hof oordeelde dat artikel 23 lid 4 CMR Pro-verdrag geen vergoeding van deze kosten toestaat. Het hof verklaarde appellanten niet-ontvankelijk in hun hoger beroep tegen eerdere vonnissen en bekrachtigde het vonnis van 17 november 2004, met veroordeling van appellanten in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het hof verklaart appellanten niet-ontvankelijk in hoger beroep en bekrachtigt het vonnis dat hen aansprakelijk stelt voor het niet afleveren van goederen aan de juiste geadresseerde.