ECLI:NL:GHLEE:2007:BA6747
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Hidma
- De Hek
- Streppel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid bestuurder voor kennelijk onbehoorlijk bestuur bij faillissement SB
In deze civiele procedure in hoger beroep staat de aansprakelijkheid van appellant als bestuurder van SB centraal, naar aanleiding van het faillissement van SB en de vordering van de curator. Het hof onderzoekt de grieven van appellant tegen het vonnis van de rechtbank, waaronder de ontvankelijkheid van de curator, de bewijspositie van appellant, en de beoordeling van het bestuurshandelen.
Het hof oordeelt dat appellant en een medebestuurder gehouden waren alle benodigde inlichtingen te verschaffen en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij daardoor in een ongunstige bewijspositie is gekomen. De Ondernemingskamer heeft eerder vastgesteld dat sprake was van onjuist beleid, maar dat betekent niet bindend dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 2:248 BW Pro. Het hof hecht wel bewijsrechtelijke betekenis aan het rapport van de rapporteur.
De grieven van appellant die stelden dat de koopsom voor TB te hoog was, dat er sprake was van een lagere koopprijs, of dat er geen causaal verband was tussen het bestuurshandelen en het faillissement, worden verworpen. Het hof bevestigt dat de koopsom niet in verhouding stond tot de intrinsieke waarde en dat het bestuur tekort is geschoten in haar taakvervulling. De eerdere uitspraak dat een medebestuurder slechts voor een kwart aansprakelijk is, geldt ook jegens appellant. Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en bevestigt de aansprakelijkheid van appellant voor kennelijk onbehoorlijk bestuur.