ECLI:NL:GHLEE:2007:BA7110
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.M. van der Meer
- F.J.W. Drion
- C.L. van Lindonk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag en boete bij onjuiste lijfrentepremieaftrek
In deze zaak staat centraal of de navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 2001 terecht is opgelegd wegens het ontbreken van een nieuw feit en of het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt. Daarnaast is de rechtmatigheid en hoogte van de opgelegde boete van 50% in geschil.
Belanghebbende bracht in zijn aangifte een lijfrentepremie in aftrek die achteraf onterecht bleek. De inspecteur legde een navorderingsaanslag en een vergrijpboete op. De rechtbank vernietigde het bezwaar tegen de aanslag, handhaafde de aanslag en verlaagde de boete. Het hof bevestigt de rechtbankuitspraak en oordeelt dat een nieuw feit aanwezig was, omdat de inspecteur pas bij de aanslagregeling over 2003 ontdekte dat de premie niet aftrekbaar was.
Het hof verwerpt het beroep op het vertrouwensbeginsel en stelt dat de wetgever de eerbiedigende werking voor oude polissen mocht beperken. Belanghebbende wordt grove schuld toegerekend wegens het niet doorgeven van belangrijke informatie aan zijn adviseur. De boete van 50% is passend, maar het beroep op voorwaardelijk opzet wordt verworpen. Het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof bevestigt de navorderingsaanslag en de boete van 50%, verklaart het hoger beroep ongegrond.