ECLI:NL:GHLEE:2007:BA7533
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J. Huiskes
- G.M. van der Meer
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vrijstelling premie volksverzekeringen bij buitenlandse arbeidsovereenkomst
Belanghebbende was in 2003 in dienst bij C B.V. in Nederland en verrichtte zijn werkzaamheden vanaf februari tot en met december 2003 in Kazachstan. Naast de arbeidsovereenkomst met C B.V. had hij een onderliggende arbeidsovereenkomst met D B.V., een buitenlandse vennootschap. De kern van het geschil was of deze onderliggende overeenkomst voldoende zelfstandige betekenis had om D B.V. als buitenlandse werkgever aan te merken, waardoor belanghebbende niet verzekerd zou zijn voor de Nederlandse volksverzekeringen.
De rechtbank had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en deze uitspraak werd door het hof bevestigd. Het hof oordeelde dat de onderliggende arbeidsovereenkomst slechts administratief-technische redenen diende en dat de bepalingen van de bovenliggende arbeidsovereenkomst met C B.V. prevaleerden. Het enkele feit dat belanghebbende in Kazachstan werkte, was onvoldoende om te concluderen dat hij ook onder de buitenlandse werkgever viel.
Daarom bleef belanghebbende verzekerd voor de Nederlandse volksverzekeringen en werd het verzoek om vrijstelling afgewezen. Het hof wees ook op de beleidsmatige overwegingen achter artikel 12 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999, die een nauwe band met Nederland als uitgangspunt nemen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de onderliggende arbeidsovereenkomst geen zelfstandige betekenis heeft en wijst het verzoek om vrijstelling van premie volksverzekeringen af.