2. Feiten
Op grond van de stukken van het geding staat, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende weersproken, het volgende vast.
2.1 Belanghebbende drijft tezamen met zijn ouders, A, en C, een vennootschap onder firma genaamd D (voorheen E).
2.2 Belanghebbende heeft in zijn aangifte 2003 in het kader van de vaststelling van het premie-inkomen arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen een premie-inkomen aangegeven van € 23.191,- waarbij door belanghebbende -als onderdeel van de ondernemersaftrek- zelfstandigenaftrek in aftrek is gebracht.
De zelfstandigenaftrek was één van de onderwerpen van het door de inspecteur in november en december 2004 gehouden onderzoek bij het hiervoor onder 2.1 bedoelde administratiekantoor. Blijkens het op 21 februari 2005 aan belanghebbende verzonden controlerapport is de inspecteur tijdens dit onderzoek onder meer gebleken dat belanghebbende in 2003 ten onrechte tweemaal de zelfstandigenaftrek in aftrek heeft gebracht, hetgeen resulteert in een te corrigeren bedrag van
€ 9.852,-.
2.3 De inspecteur heeft vervolgens aan belanghebbende over het jaar 2003 een aanslag premie arbeidsongeschiktheidsverzekeringen zelfstandigen, gedagtekend 24 maart 2005, opgelegd, welke aanslag is berekend naar een premie-inkomen van € 23.191,-.
2.4 Nadien komt de inspecteur tot de ontdekking dat de aanslag abusievelijk conform de aangifte van belanghebbende is vastgesteld. De inspecteur heeft vervolgens door middel van een navorderingsaanslag, gedagtekend 7 april 2005, deze onjuistheid gecorrigeerd door het premie-inkomen van belanghebbende alsnog te verhogen met € 9.852,- en nader vast te stellen op € 33.043,-, vanwege de ten onrechte tweemaal in aftrek gebrachte zelfstandigenaftrek.
2.5 Bij de uitspraak op het bezwaarschrift, gedagtekend 15 augustus 2005, heeft de inspecteur deze aanslag gehandhaafd. De rechtbank heeft vervolgens geconcludeerd dat een ambtelijk verzuim aan navordering in de weg staat en heeft de uitspraak en de navorderingsaanslag vernietigd. Bij de proceskostenveroordeling is de rechtbank vervolgens uitgegaan van twee samenhangende zaken.
2.6 Belanghebbende is voor de zitting van 7 mei 2007 per brief met handtekening retour d.d. 26 maart 2007, aan het postadres van zijn gemachtigde, Postbus 000, Z, onder vermelding van plaats, dag en uur van de mondelinge behandeling, uitgenodigd te verschijnen.
Ter zake van de uitnodiging is de "Handtekening Retourkaart" door het hof ontvangen.