ECLI:NL:GHLEE:2007:BB1511

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
9 augustus 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
0506-07 (rk)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
  • R. Weenink
  • P. Koolschijn
  • T. Knoop
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging voorlopige hechtenis verdachte wegens verkrachting ondanks beperkte beveiligde inrichting

Verdachte wordt verdacht van verkrachting van een 13-jarig meisje op 21 december 2006 en is sinds 28 december 2006 in voorlopige hechtenis. Op 19 april 2007 werd hij door de rechtbank veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waartegen hij hoger beroep heeft ingesteld.

De raadsman van verdachte verzocht de voorlopige hechtenis op te heffen of te schorsen, stellende dat de rechtsorde niet langer ernstig geschokt is, mede omdat verdachte in een beperkt beveiligde inrichting verblijft en al meerdere verloven heeft gehad. De advocaat-generaal erkende dat deze verloven het gevolg zijn van de doorplaatsing naar de inrichting Bankenbosch te Veenhuizen, maar was het niet eens met deze doorplaatsing.

Het hof oordeelt dat ondanks de beperkte beveiliging en verleende verloven de grond voor voorlopige hechtenis, namelijk de ernstige schok van de rechtsorde door het feit en de zwaarte van de straf, blijft bestaan. Het hof acht het onaanvaardbaar dat verdachte zijn verdere berechting in vrijheid afwacht en wijst het verzoek tot opheffing en schorsing af.

Uitkomst: Het verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen.

Uitspraak

Raadkamernummer: 0506-07
9 augustus 2007
GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
Voorlopige hechtenis
Blijkens verzoekschrift d.d. 27 juli 2007 is namens:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
thans verblijvende in de P.I. Veenhuizen, gevangenis Bankenbosch BBI te Veenhuizen,
verzocht zijn voorlopige hechtenis op te heffen dan wel te schorsen.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal, de verdachte en de raadsman van verdachte, mr. T. van der Goot, advocaat te Leeuwarden.
Overwegingen
De voorlopige hechtenis van verdachte is gebaseerd op de grond dat hij wordt verdacht van een feit waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van twaalf jaren of meer is gesteld en de rechtsorde ernstig door dat feit is geschokt.
Verdachte wordt verdacht van verkrachting van een 13-jarig meisje, op 21 december 2006 bij Oostrum/Dokkum. Hij is op 22 december 2006 in verzekering gesteld en op 28 december 2006 in voorlopige hechtenis.
Verdachte is op 19 april 2007 door de rechtbank te Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van voorarrest. Verdachte heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld.
In het verzoekschrift d.d. 27 juli 2007 heeft de raadsman namens verdachte betoogd dat de voorlopige hechtenis dient te worden opgeheven dan wel geschorst, omdat er geen grond (meer) aanwezig is waarop die voorlopige hechtenis kan worden gebaseerd. Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat invrijheidstelling van de verdachte zal leiden tot verstoring van de openbare orde.
Het hof stelt het volgende voorop.
Gelet op de ernst van dit feit, de daaraan gegeven aandacht in de media mede in relatie tot de jeugdige leeftijd van het slachtoffer en gelet op de relatief korte periode van ongeveer zeven maanden dat de verdachte is gedetineerd, is het hof van oordeel dat de zogenoemde 12-jaarsgrond nog steeds aanwezig is. Het hof acht het in strijd met de heersende rechtsovertuiging en voor de maatschappij onbegrijpelijk en onaanvaardbaar wanneer verdachte zijn (verdere) berechting in vrijheid zou mogen afwachten.
Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens aan dit oordeel niet in de weg staat.
De raadsman van verdachte heeft ter nadere onderbouwing van zijn standpunt betoogd dat de Staat der Nederlanden - door verdachte in een beperkt beveiligde inrichting te plaatsen en vrijheden buiten de inrichting toe te kennen (hij heeft reeds een aantal verloven gehad) - de rechtsorde thans kennelijk niet meer ernstig geschokt acht.
De advocaat-generaal heeft in raadkamer toegelicht dat de aan verdachte verleende verloven het gevolg zijn van de doorplaatsing naar de beperkt beveiligde inrichting Bankenbosch te Veenhuizen. Verdachte is in voornoemde inrichting geplaatst, met toestemming van de officier van justitie te Leeuwarden. De advocaat-generaal heeft in raadkamer naar voren gebracht het niet eens te zijn met deze doorplaatsing en aangekondigd zich te beraden op eventueel te nemen stappen.
Wat hier van zij, het enkele feit dat verdachte is geplaatst in een dergelijke inrichting doet naar het oordeel van het hof de grond voor de voorlopige hechtenis niet vervallen.
Gelet op het voorgaande ziet hof geen reden het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op te heffen en zal derhalve het verzoek daartoe afwijzen.
Daarnaast is het hof van oordeel dat het strafvorderlijk belang bij voortduring van de voorlopige hechtenis zwaarder dient te wegen dan de belangen van verdachte bij schorsing daarvan. Het hof zal derhalve het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis eveneens afwijzen.
Beslissing
Het gerechtshof:
wijst af het verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis.
Aldus gewezen op 9 augustus 2007 door mr. R. Weenink als voorzitter en mrs. P. Koolschijn en T. Knoop, in tegenwoordigheid van M.J. Kuiper als griffier en ondertekend door de voorzitter en de griffier voornoemd.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.
Leeuwarden,
de advocaat-generaal,