ECLI:NL:GHLEE:2007:BB2858
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over eigenwoningschuld in inkomstenbelasting 2002
Belanghebbende stelde dat de totale hypothecaire schuld van €181.512 als eigenwoningschuld moest worden aangemerkt voor de inkomstenbelasting over 2002, zodat de volledige renteaftrek van €9.365 mogelijk was. De inspecteur stelde echter dat slechts €158.823 als eigenwoningschuld kon worden erkend, omdat belanghebbende geen bewijs had geleverd dat de verhoging in 2001 was gebruikt voor onderhoud of verbetering van de woning.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het hof bevestigde deze uitspraak. Het hof overwoog dat belanghebbende de relevante schriftelijke bescheiden had moeten bewaren, ondanks dat de aanslag over 2001 onherroepelijk was geworden. Het beroep op vertrouwen in de onherroepelijkheid van die aanslag en op een eerdere uitspraak van het hof Den Bosch faalde, omdat die uitspraak betrekking had op de oude Wet IB 1964 en niet op de Wet IB 2001 die hier van toepassing was.
Het hof concludeerde dat de bewijslast bij belanghebbende lag en dat het ontbreken van bewijs betekende dat de hypotheekverhoging van 2001 niet als eigenwoningschuld kon worden erkend. Daarom bleef de eigenwoningschuld voor 2002 vastgesteld op €158.823, met een renteaftrek van €8.195. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eigenwoningschuld blijft vastgesteld op €158.823.