ECLI:NL:GHLEE:2007:BB8334
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- D.B. Bijl
- E.M. Vrouwenvelder
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht op gedeeltelijke aftrek voorbelasting omzetbelasting 2004
Belanghebbende, een managementvennootschap die tevens leningen verstrekt aan deelnemingen, had in 2004 omzetbelasting betaald op kosten gerelateerd aan de verkoop van een deelneming en managementdiensten. De vraag was of zij recht had op aftrek van het volledige bedrag van € 30.600 aan voorbelasting op de aangifte omzetbelasting van het vierde kwartaal 2004.
De rechtbank had geoordeeld dat slechts 18% van dit bedrag aftrekbaar was, zijnde € 5.508, omdat de financieringshandelingen als onlosmakelijk verbonden met de managementactiviteiten werden gezien en de omzetbelasting op vrijgestelde diensten niet aftrekbaar is. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze beperking.
Het Hof stelde vast dat de omzetbelasting over het tweede kwartaal 2004 volledig aftrekbaar was, maar dat de regeling inzake herrekening van de aftrekbare voorbelasting niet toestaat dat niet eerder afgetrokken belasting alsnog in het laatste kwartaal wordt afgetrokken. Ook de stelling van belanghebbende dat rente-inkomsten als bijkomstig zijn en niet in de pro-rata berekening moeten worden betrokken, werd verworpen.
Daarmee werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het Hof legde geen proceskostenveroordeling op. De beslissing werd op 14 november 2007 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat slechts een gedeeltelijke aftrek van € 5.508 aan voorbelasting mogelijk is.