ECLI:NL:GHLEE:2007:BC9158

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
11 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
WAHV 07-01168
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M. Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van sanctie wegens verlopen keuringsbewijs aanhangwagen

In deze zaak heeft het Gerechtshof Leeuwarden op 11 december 2007 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch. De zaak betreft een administratieve sanctie die aan de betrokkene was opgelegd wegens het verlopen keuringsbewijs van een aanhangwagen. De kantonrechter had de sanctie gematigd tot € 160,-, maar de betrokkene ging in hoger beroep om verdere matiging te verzoeken. De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de aanhangwagen niet meer geschikt was voor het gewone wegverkeer en dat deze vanaf 1 januari 2006 enkel nog door landbouwtrekkers werd voortgetrokken, waardoor de keuringsplicht niet meer van toepassing zou zijn.

Het hof oordeelde dat, ondanks de argumenten van de betrokkene, de keuringsplicht bleef bestaan zolang de kentekenregistratie niet was beëindigd. De betrokkene had pas na het opleggen van de sanctie stappen ondernomen om de registratie te beëindigen. Het hof concludeerde dat de gedraging was verricht en dat er geen reden was om de sanctie verder te matigen dan de kantonrechter al had gedaan. De beslissing van de kantonrechter werd dan ook bevestigd.

De uitspraak benadrukt het belang van het tijdig beëindigen van kentekenregistraties en de gevolgen van het niet voldoen aan de keuringsplicht voor aanhangwagens. Het hof bevestigde de sanctie en stelde dat de betrokkene onvoldoende had aangetoond dat de omstandigheden het opleggen van de sanctie niet billijk maakten.

Uitspraak

WAHV 07/01168
11 december 2007
CJIB 39099738172
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch
van 20 juni 2007
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt mr. R.M.C.M. Bogers,
kantoorhoudende te Etten-Leur.
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement 's-Hertogenbosch genomen beslissing naar het hof verstaat gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 160,-. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 320,- opgelegd ter zake van "voor motorrijtuig of aanhangwagen van meer dan 3500 kg is geldigheid keuringsbewijs verlopen", welke gedraging blijkens een registercontrole van de RDW te Veendam zou zijn verricht op 13 september 2006 met het voertuig met het kenteken [kenteken]
3.2. De gemachtigde ontkent niet dat voor de aanhangwagen met voormeld kenteken het keuringsbewijs zijn geldigheid had verloren. Het beroep strekt er toe dat de gedraging is verricht onder omstandigheden welke het opleggen van een sanctie niet billijken dan wel matiging van de sanctie rechtvaardigen. Daartoe voert hij het volgende aan.
De betreffende aanhangwagen is niet langer geschikt voor het gewone wegverkeer en wordt in ieder geval vanaf 1 januari 2006 enkel nog voortgetrokken door landbouwtrekkers. Als gevolg daarvan zou de aanhangwagen niet langer kentekenplichtig en dus ook niet meer keuringsplichtig zijn. De betrokkene zou in de loop van 2006 diverse malen de RDW om advies hebben gevraagd over deze situatie zonder bevredigend resultaat. Uiteindelijk is de aanhangwagen met ingang van 24 januari 2007 buiten registratie geplaatst.
3.3. Artikel 36, eerste lid, Wegenverkeerswet (WVW) 1994 luidt als volgt:
1. Aan de eigenaar of houder van een motorrijtuig of een aanhanger op de weg dient overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels door de Dienst Wegverkeer een kenteken voor dat voertuig te zijn opgegeven.
3.4. Artikel 37 WVW 1994, voor zover hier van belang, luidt als volgt:
1. Artikel 36 is niet van toepassing op: (…)
a. de volgende categorieën motorrijtuigen alsmede de door die motorrijtuigen voortbewogen aanhangers. (…)
2°. landbouwtrekkers.
3.5. Artikel 72 WVW 1994, voor zover hier van belang, luidt als volgt:
1. Voor een motorrijtuig of een aanhangwagen, waarvoor een kentekenbewijs is opgegeven dan wel dient te zijn opgegeven, dient een keuringsbewijs te zijn afgegeven.
2. Het keuringsbewijs dient: (...)
b. zijn geldigheid niet te hebben verloren, (...)
3.6. Uit de genoemde bepalingen volgt dat voor aanhangers die enkel door landbouwtrekkers worden voortbewogen inderdaad geen kentekenplicht geldt. Dat laat echter onverlet dat, zolang voor een dergelijke aanhanger de reeds bestaande kentekenregistratie niet is beëindigd, de keuringsplicht ex artikel 72 WVW 1994 onverkort blijft gelden. Gelet op het in het zaakoverzicht van het CJIB opgenomen resultaat van de registercontrole, dat bovendien door de betrokkene en diens gemachtigde niet wordt bestreden, is naar de overtuiging van het hof genoegzaam komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
3.7. Blijkens het schriftelijk verzoek d.d. 21 december 2006 tot het beëindigen van de kentekenregistratie gaat het in totaal om twaalf aanhangwagens die stonden geregistreerd op naam van de betrokkene, dan wel op naam van een door de betrokkene beheerde vennootschap. In de zaak met hofnummer 07/01169, waarin het hof eveneens vandaag uitspraak doet, blijkt uit de gegevens in het zaakoverzicht van het CJIB dat één van deze aanhangers [AB-00-AB] reeds vanaf 14 juli 2004 op naam van [bedrijfsnaam] staat geregistreerd. Desondanks heeft de betrokkene niet eerder dan "in de loop van 2006" contact gezocht met de RDW.
3.8. Nu de betrokkene de zaken op zijn beloop heeft gelaten en kennelijk pas nadat hem een sanctie was opgelegd concrete stappen heeft genomen om de registraties te beëindigen, ziet het hof geen aanleiding om het bedrag van de sanctie verder te matigen dan de kantonrechter reeds heeft gedaan. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. De Ruijter als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.