ECLI:NL:GHLEE:2008:BC1857
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Verschuur
- Kuiper
- Telman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht van hypotheekhouder tot executie na overtreding huurbeding
In deze zaak staat vast dat appellant in strijd met het verbod in de hypotheekakte het pand heeft verhuurd en een huurkoopovereenkomst met een derde heeft gesloten, waardoor de restantschuld aan geïntimeerde terstond opeisbaar is geworden. Ondanks aanmaning heeft appellant niet voldaan, waardoor geïntimeerde gerechtigd is het recht van parate executie uit te oefenen.
Appellant stelde dat de cessie van de vordering aan de echtgenote van geïntimeerde rechtsgeldig was overgedragen zonder mededeling, maar het hof oordeelde dat de mededeling niet had plaatsgevonden en dat geïntimeerde nog steeds bevoegd was tot inning en executie. Ook het beroep op art. 3:303 BW Pro en het argument dat de huurkoop geen belang voor geïntimeerde schaadt, werden verworpen omdat het gebruik door een derde de waarde van het onderpand kan aantasten.
Het hof vond geen aanwijzingen dat geïntimeerde het recht van executie misbruikt of met een ander doel dan toegestaan uitoefent. Appellant kon ook niet aantonen dat de executie onredelijk bezwarend was. Het vonnis van de voorzieningenrechter werd bekrachtigd, en appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het executieverbod af; de hypotheekhouder mag executeren.