ECLI:NL:GHLEE:2008:BC2209
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
- Van den Bergh
- Fransen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontnemingsvordering gebaseerd op vrijgesproken feiten afgewezen
Op 8 februari 2007 heeft de politierechter veroordeelde veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten op 20 april 2006, maar niet voor het telen, bereiden, bewerken en/of verwerken van hennepplanten in de periode van 1 februari tot 20 april 2006. Dit laatste deel van de tenlastelegging, waaronder 170 hennepplanten, is vrijgesproken. Tegen dit vonnis is geen rechtsmiddel ingesteld.
Het hof stelt vast dat de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel gebaseerd is op het voordeel dat zou zijn verkregen met betrekking tot de 170 hennepplanten. Omdat veroordeelde voor dit onderdeel is vrijgesproken, kan de ontnemingsvordering niet worden toegewezen volgens artikel 6, tweede lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Het hof vernietigt daarom het vonnis van de politierechter en wijst de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel af. De uitspraak benadrukt het belang van een bewezenverklaring van feiten alvorens ontnemingsmaatregelen kunnen worden opgelegd.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen omdat deze gebaseerd is op feiten waarvoor veroordeelde is vrijgesproken.