ECLI:NL:GHLEE:2008:BC2678

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
23 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
38-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 EVRMArt. 13 EVRMArt. 445 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep verzoek tot beëindiging terbeschikkingstelling

De terbeschikkinggestelde heeft een verzoek ingediend tot onmiddellijke invrijheidstelling op grond van onrechtmatigheid van de terbeschikkingstelling. Dit verzoek was gebaseerd op een oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat het psychologisch rapport onvoldoende was. De rechtbank Leeuwarden verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk.

Het hof Leeuwarden bevestigt deze niet-ontvankelijkheid omdat de wet geen voorziening biedt voor een verzoek tot beëindiging van de terbeschikkingstelling buiten de verlengingsprocedure. Hoewel artikel 5, vierde lid EVRM en artikel 13 EVRM Pro een recht op een effectief rechtsmiddel waarborgen, acht het hof de voorzieningenrechter het bevoegde gerecht in een dergelijk geval.

Het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Het hof benadrukt dat de strafwetgeving geen andere procedure voorziet voor beëindiging van de maatregel dan de verlengingsprocedure.

Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken wettelijke grondslag voor het verzoek tot beëindiging van de terbeschikkingstelling buiten de verlengingsprocedure.

Uitspraak

Raadkamernummer: 38-08
Parketnummer eerste aanleg: rekestnummer 07/348
23 januari 2008
GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
Voorlopige hechtenis
Blijkens de akte van de griffier van de rechtbank Leeuwarden van 16 oktober 2007 is namens:
[verdachte],
geboren op [1961] te [geboorteplaats],
zonder vaste woonplaats hier te lande,
thans verblijvende in de TBS-Kliniek Oostvaarderskliniek te Amsterdam,
hoger beroep ingesteld van de beschikking van voormelde rechtbank d.d. 2 oktober 2007, waarbij de verzoeker niet-ontvankelijk is verklaard in zijn verzoek tot onmiddellijke invrijheidsstelling.
Het hof heeft gezien de beschikking, waarvan beroep.
Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal, de verzoeker en zijn raadsman mr. T.J. Stapel, advocaat te Amsterdam.
Overwegingen
Het inleidende verzoekschrift is gebaseerd op het bepaalde in artikel 5, vierde lid van het EVRM en strekt tot onmiddellijke invrijheidstelling op de grond, dat de vrijheidsbeneming op grond van de op 18 april 2006 onherroepelijk geworden beslissing tot terbeschikkingstelling van verzoeker onrechtmatig zou zijn. Aan het verzoek wordt het volgende ten grondslag gelegd. Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Groningen heeft geoordeeld dat het rapport van de psycholoog, dat aan de beslissing tot oplegging van de terbeschikkingstelling ten grondslag lag, op vele punten niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Verzoeker is van mening dat hetzelfde geldt voor het door de psychiater opgelegde rapport. Daarmee is de maatregel op volstrekt onvoldoende gronden opgelegd.
Nu de rechtbank Leeuwarden zich als het meest aangewezen gerecht heeft beschouwd om het verzoekschrift te behandelen, acht het hof Leeuwarden zich bevoegd kennis te nemen van het hoger beroep dat is ingesteld tegen de beschikking van deze rechtbank.
Ingevolge artikel 445 Wetboek Pro van Strafvordering staat tegen beschikkingen slechts hoger beroep of beroep in cassatie open en is een bezwaarschrift niet toegelaten dan in de gevallen bij dit wetboek bepaald. Nu de mogelijkheid hoger beroep in te stellen tegen de bestreden beschikking van de meervoudige raadkamer van de rechtbank evenmin elders in de wet is gegeven, dient verzoeker in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Ten overvloede overweegt het hof dat de wet niet voorziet in de mogelijkheid voor een terbeschikkinggestelde om buiten de procedure van verlenging van de terbeschikkingstelling om een verzoek te doen tot beëindiging ervan. Gelet echter op het bepaalde in het vierde lid van artikel 5 EVRM Pro, de strekking van het verzoek en de omstandigheid dat artikel 13 van Pro het Verdrag een ieder een recht toekent op een daadwerkelijk rechtsmiddel voor een nationale instantie is het hof van oordeel dat in een geval als het onderhavige, waarin de strafwetgeving geen voorziening biedt, de voorzieningenrechter het bevoegde gerecht vormt.
Beslissing
Het gerechtshof,
beschikkende in hoger beroep:
verklaart de verzoeker niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Aldus gewezen op 23 januari 2008 door mr. A. Dijkstra als voorzitter, mrs. H.M. Poelman en T. Knoop, in tegenwoordigheid van mr. G.H. van der Heide als griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier voornoemd.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van verdachte.
Leeuwarden,
de advocaat-generaal,