ECLI:NL:GHLEE:2008:BC3204
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Melssen
- Bosch
- Duursma-Olthuis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verstrekking persoonsgegevens minderjarige ouder dan 16 jaar volgens art. 1:377c BW en Wbp
De vader verzocht de school om verstrekking van diverse persoonsgegevens van zijn minderjarige kind, die inmiddels 16 jaar was, op grond van art. 1:377c BW. De rechtbank wees dit verzoek af. In hoger beroep betoogde de vader dat de leeftijd van de minderjarige geen rol speelt en dat art. 1:377c BW als lex specialis boven de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) gaat.
Het hof oordeelde echter dat de Wbp van toepassing blijft en dat voor verstrekking van persoonsgegevens van een minderjarige van 16 jaar of ouder ondubbelzinnige toestemming van de minderjarige vereist is. De vader had deze toestemming niet verkregen. De school voerde aan dat het verzoek niet noodzakelijk was voor de verzorging, opvoeding of emotionele ontwikkeling van de minderjarige.
Het hof concludeerde dat het verzoek van de vader niet ontvankelijk is omdat geen toestemming van de minderjarige was gegeven en geen uitzonderingsgrond van art. 8 Wbp Pro van toepassing was. Daarnaast veroordeelde het hof de vader in de proceskosten van beide instanties, gezien zijn ongelijkstelling en het ontbreken van een gegrond belang.
De uitspraak bevestigt dat art. 1:377c BW niet buiten toepassing wordt gesteld door de Wbp, maar dat de Wbp aanvullende bescherming biedt aan minderjarigen vanaf 16 jaar met betrekking tot hun persoonsgegevens.
Uitkomst: Vader is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om persoonsgegevens van zijn minderjarige kind zonder toestemming van het kind.