ECLI:NL:GHLEE:2008:BC5377
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Zuidema
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag wegens voorgewende reden en bedrijfseconomische omstandigheden
In deze zaak stond de vraag centraal of het ontslag van appellant door Drenth Verven kennelijk onredelijk was. Het hof stelde vast dat de ontslagvergunning was aangevraagd onder een voorgewende reden, aangezien er sprake was van een voorgenomen integratie en overdracht van onderneming die niet volledig aan het CWI was meegedeeld. Hierdoor werd het ontslag als kennelijk onredelijk aangemerkt.
Daarnaast onderzocht het hof of de gevolgen van het ontslag voor appellant, mede gezien zijn langdurig dienstverband, leeftijd en beperkte voorzieningen, te ernstig waren in verhouding tot het belang van Drenth Verven bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Het hof was het met appellant eens dat dit het geval was.
De zaak betrof ook de vaststelling van de hoogte van de schadevergoeding. Het hof verwierp het gebruik van de kantonrechtersformule voor deze situatie en stelde de vergoeding vast op € 13.500 bruto, rekening houdend met de omstandigheden van het geval.
Tot slot vernietigde het hof het eerdere vonnis en veroordeelde Drenth Verven tot betaling van deze schadevergoeding en de proceskosten in beide instanties.
Uitkomst: Drenth Verven is veroordeeld tot betaling van € 13.500 bruto schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.